De grote trap
Als muren konden praten
Wat doet een papegaai in een Veluws paleis? Wie zijn de rijk geklede mannen die van achter balustrades de ruimte in kijken? Op de grote trap in het hart van Paleis Het Loo gaat een geschilderde wereld voor je open. De muren vertellen een verhaal.
Eeuwenlang liepen vorsten en hun gasten via de 36 treden naar de grote zaal, de belangrijkste ontvangstruimte van het paleis. Het trappenhuis heeft er door de jaren heen anders uitgezien dan nu. Veroudering, schade en restauraties lieten hun sporen na. En vorsten hadden ieder zo hun ambities en smaak.
Wat was de oorspronkelijke betekenis van de schildering op de wanden? Welke boodschap zagen bezoekers driehonderd jaar geleden en hoe kijken wij nu? Ontdek het in deze tentoonstelling, een reis door ruimte en tijd: van de Veluwe naar Versailles en Istanbul, van koning-stadhouder Willem III tot koningin Wilhelmina. En van hofarchitect Daniël Marot tot de restauratoren van vandaag.
De tentoonstelling De grote trap was te zien van 17 april t/m 30 augustus 2026.
Ontstaansgeschiedenis
Een geschilderde wereld
Het ontwerp van Daniël MarotDaniël Marot was hofarchitect van koning-stadhouder Willem III. Hij ontwierp de trap als één geheel, van de eerste trede tot het plafond. Een groots welkomstgebaar. Een zuilengalerij biedt doorkijkjes naar een weids heuvellandschap. Binnen en buiten smelten samen. Door het geschilderde gewelf, dat doorloopt op het plafond lijkt de ruimte hoger dan hij is: een optische illusie.
Marots spectaculaire ontwerp werd tussen 1690 en 1693 uitgevoerd door hofschilder Robbert Duval. De schildering heeft een oppervlak van 550 m². Na Panorama Mesdag in Den Haag is het de grootste schildering van Nederland. Het werk moest bezoekers imponeren, maar zit ook vol boodschappen over de koning-stadhouder en zijn rol op het wereldtoneel.
In het kort
De trap en wandschilderingen zijn ontworpen door architect Daniël Marot.
Robbert Duval maakte de schilderingen tussen 1690 en 1693.
De schildering zit vol verwijzingen naar koning-stadhouder Willem III.
Koning-stadhouder Willem III
Willem III werd in 1672 stadhouder van de Nederlandse Republiek. Bijna zijn leven lang streed hij tegen de Franse koning Lodewijk XIV. Tussen het oorlog voeren door verbleef hij op Paleis Het Loo. Willem en zijn echtgenote prinses Mary II Stuart hadden het paleis in 1686 laten bouwen. Drie jaar later werden ze koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland. Paleis en tuinen werden toen uitgebreid. Ook de schildering kwam in deze periode tot stand. In 1693 was het werk af. De rijk gedecoreerde trap droeg bij aan een nieuwe, koninklijke uitstraling.
Hofarchitect Marot
De Franse architect Daniël Marot speelde een hoofdrol bij de inrichting van Paleis Het Loo. Omdat hij protestant was, moest hij in 1685 het katholieke Frankrijk ontvluchten. Koning Lodewijk XIV verbood protestanten hun geloof te praktiseren. Willem III bood Marot bescherming en werk. De Fransman maakte ontwerpen voor paleizen in de Republiek en in Engeland. Bij de uitbreiding van Paleis Het Loo was Marot verantwoordelijk voor een groot deel van het interieurontwerp.
Unieke bron
Marot was behalve architect en ontwerper een uitstekend prentkunstenaar. Toen het trappenhuis af was, maakte hij in 1712 een ets van het resultaat. Hij schreef erbij: ‘L Escallier de la Maison Roijalle de Lóo’, ‘De trap van het Koninklijk Huis Het Loo’. Er zijn geen andere afbeeldingen of beschrijvingen van de trap uit de 17e eeuw bewaard gebleven. Deze prent is de enige bron die het oorspronkelijke ontwerp van Marot laat zien.
In detail
Veel details in Daniël Marots ontwerp verwijzen naar zijn opdrachtgever, Willem III. De trap was bedoeld om bezoekers te imponeren. Tegelijkertijd was het een kennismaking: een geschilderd visitekaartje. Gasten herkenden de symbolische verwijzingen in de voorstelling.
De grote trap in context
Een vorstelijke ontvangst
De trap in Europese contextHet trappenhuis verbindt de entreehal op de begane grond met de grote zaal op de eerste verdieping. De rijke beschildering gaf bezoekers op weg naar boven al een indruk van hun gastheer, de koning-stadhouder. Zo speelde de trap een rol in de vorstelijke ontvangst. In heel Europa werden paleizen en landhuizen met monumentale schilderingen versierd. Ze lieten de status, persoonlijke smaak én politieke ambities van de bewoners zien. Een eenvoudige doorgang veranderde zo in een ruimte vol betekenis.
De Ambassadeurstrap van Lodewijk XIV
Willems vijand was de Franse koning Lodewijk XIV. Deze liet in zijn paleis in Versailles tussen 1672 en 1679 een imposante marmeren trap bouwen. Op de muren rondom waren zijn militaire overwinningen te zien en figuren uit alle werelddelen. Buitenlandse ambassadeurs namen deze trap als ze bij de koning op audiëntie gingen. Daniël Marot kende de Ambassadeurstrap en liet zich erdoor inspireren in zijn ontwerp voor Paleis Het Loo. Hiermee liet hij zien dat het paleis op de Veluwe zich kon meten met het machtige Versailles.
Versailles als voorbeeld
De Ambassadeurstrap van Versailles werd ontworpen door de architect Louis Le Vau. De schilder was Charles Le Brun. Ruim voordat de trap in 1752 werd afgebroken, maakte Louis Surugue er een serie etsen van. Dankzij deze etsen weten we hoe de trap eruitzag. Boven de ingangsmuur waren figuren uit landen in Azië en Afrika afgebeeld. Marot en Duval lieten zich hierdoor inspireren: de Ottomaanse mannen in Paleis Het Loo zijn pratend en gebarend weergegeven, net als in het Franse voorbeeld.
De wereld in huis
De schildering van de grote trap is in omvang en voorstelling uniek in Nederland, maar sluit aan bij een 17e-eeuwse trend aan de Europese vorstenhoven. Door overzeese handel en koloniale overheersing groeide de interesse voor andere culturen en volken. Machthebbers lieten hun wereldwijde connecties graag zien in monumentale kunstwerken.
Kunsthistoricus Răzvan-Iulian Rusu deed onderzoek naar de grote trap van Paleis Het Loo. In deze video geeft hij uitleg over de schildering.
Ottomaanse context
Een bordes tussen oost en west
Willems politieke boodschapDe mannen bovenaan de trap verbeelden hooggeplaatste figuren uit het Ottomaanse Rijk. Achter hen ligt de Bosporus bij Constantinopel, het huidige Istanbul. Deze zeestraat vormde een strategische grens tussen Europa en Azië.
Handel met Azië was belangrijk, maar veel Europeanen zagen de Ottomanen ook als bedreiging. Toen Willem III de muurschildering liet maken, voerde het Ottomaanse Rijk veroveringsoorlogen in oostelijk Europa. Dat bracht de Ottomanen in direct conflict met een van de machtige rijken in Europa: het Heilige Roomse Rijk of Habsburgse Rijk, dat onder meer Oostenrijk en Hongarije omvatte. Willem III had de Ottomanen nodig voor de handel en het Heilige Roomse Rijk voor de strijd tegen de Fransen die Nederland bedreigden.
Op Paleis Het Loo bracht hij Azië en Europa symbolisch samen. Met zijn trap, geïnspireerd op de Ambassadeurstrap van Lodewijk XIV, presenteerde hij zich als diplomatieke bemiddelaar én waardige rivaal van de Franse koning.
In het kort
De geschilderde figuren bovenaan de trap stellen mannen uit het Ottomaanse Rijk voor.
Het Ottomaanse Rijk was eind 17e eeuw in conflict met het Heilige Roomse Rijk (Oostenrijk en Hongarije).
Met de schildering op de trap presenteerde Willem III zichzelf als diplomatieke bemiddelaar die het Ottomaanse Rijk en Europa samenbrengt.
Geuzenpenning
Deze penning dateert uit de beginjaren van de Nederlandse Opstand tegen Spanje. Toen al waren er contacten met het Ottomaanse Rijk. Protestantse verzetsstrijders – de geuzen – droegen halvemaanvormige hangers met de tekst ‘Liver Turcx dan Paus’, ‘liever Turks dan Paaps’. Het was een provocerende slogan die aangaf dat de Ottomanen (de ‘Turken’) in religieus opzichter veel toleranter waren dan de katholieke kerk (de 'papen'). Later in de 17e eeuw werden de penningen opnieuw populair. De katholieke vijand was nu niet Spanje, maar het Frankrijk van Lodewijk XIV.
Gezicht op Constantinopel
Vanuit de ambassade hadden Nederlandse diplomaten dit riante uitzicht op Constantinopel (Istanbul) en de drukbevaren Bosporus. Op de groene heuvel rechts is het paleis van de sultan te zien, het Serail of Topkapı-paleis (nr. 11 op het schilderij). De Republiek onderhield sinds 1612 diplomatieke banden met het Ottomaanse Rijk. Dat jaar kregen Nederlandse handelaren toegang tot de Ottomaanse markt en werd een ambassadeur in Constantinopel aangesteld. Het oostelijk Middellandse Zeegebied was van vitaal belang voor de Nederlandse zeehandel.
Ottomaanse kleding
Eind 17e eeuw waren boeken over het Ottomaanse Rijk geliefd in de Republiek. Daniël Marot en Robbert Duval haalden er vermoedelijk inspiratie uit voor de schildering op Paleis Het Loo. Toch is hun weergave van Ottomaanse kleding niet realistisch. Bij gebrek aan betrouwbare voorbeelden bleef het een Europese interpretatie. Het hier getoonde kostuumboek laat zien hoe mannen en vrouwen uit diverse Ottomaanse bevolkingsgroepen rond 1700 écht gekleed waren. Dit boek verscheen pas na de voltooiing van de grote trap. Het werd direct populair onder kunstenaars.
Sultan Ahmed II
Ahmed II was sultan van het Ottomaanse rijk van 1691 tot 1695. Dit kleine portret is een van de weinige afbeeldingen die in Europa van hem in omloop waren. Willem III heeft de sultan nooit ontmoet. Wel is een brief van hem aan Ahmed II bewaard gebleven. Willem ondertekende die met ‘Uw meest toegewijde vriend, Koning Willem’. Een beleefdheidsformule, want zo hecht was hij niet met de sultan.
Keizerlijke triomf
Keizer Leopold I zit als overwinnaar op een triomfwagen, te midden van zijn leger en gevangengenomen Ottomanen. Een reeks veroverde steden is onderaan de prent te zien. Twee vrouwen blazen de loftrompet. Voorop de wagen toont een vrouw een kruis met Christus. Erboven verschijnt de paus. Hij vertrapt de halve maan, symbool van het Ottomaanse Rijk. Soldaten in de stoet dragen op speren gespietste hoofden mee. Romeyn de Hooghe, die ook politieke prenten maakte voor Willem III, toont in deze propagandaprent een eenzijdig Europese kijk op de oorlog.
Brief aan Karel V van Lotharingen
Het Europees-Ottomaanse conflict bracht Willem III in een lastige positie. Net als nu speelden bij internationale contacten altijd meerdere belangen. Een goede relatie tussen de Republiek en het Ottomaanse Rijk was cruciaal voor de handel. Tegelijkertijd moest Willem zijn Europese bondgenoten steunen. Karel V, hertog van Lotharingen, was een belangrijke connectie: hij was de legeraanvoerder van keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk. In deze brief feliciteert Willem hem met de herovering van Gran (Esztergom). Deze stad in het noorden van Hongarije was sinds 1543 in Ottomaanse handen was geweest.
Pleidooi voor vrede
Deze brieven onthullen de historische betekenis van de schildering bij de grote trap: Willem III presenteert zich als bruggenbouwer tussen Oost en West. In juli 1692 pleit hij in twee brieven voor vrede tussen het Ottomaanse en het Heilige Roomse Rijk. Bondgenoot Leopold I zou zich daardoor meer kunnen richten op de strijd tegen Frankrijk. Oorlog met de Ottomanen is in het voordeel van Lodewijk XIV, waarschuwt Willem. Aan sultan Ahmed II schrijft hij dat vrede ’het welzijn en de belangen van het Ottomaanse Rijk’ dient.
Traploper
Op de trap lagen door de eeuwen heen verschillende lopers. Begin 19e eeuw lag er een loper met tijgerpatroon. Nederland was in die tijd onder Frans bewind. Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer, was koning. Een eeuw later koos koningin Wilhelmina voor deze handgeknoopte loper van de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek. De fabriek stond bekend om zijn ‘Smyrnatapijten’: Nederlandse tapijten geïnspireerd op voorbeelden uit Smyrna, het tegenwoordige İzmir in Turkije. In de loper komen de kleuren van de wandschildering terug.
Ottomaans perspectief
Hoe dachten mensen in het Ottomaanse Rijk over Europa en de Europese vorsten? Waarom wilden Ottomaanse leiders hun gebied steeds verder uitbreiden en hoe kwam er een einde aan de Ottomaans-Europese oorlog? Luister naar Dr. Ozan Ozavci, universitair hoofddocent in de transimperiale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.
Bezoekers van alle tijden
Na de dood van Willem III in 1702 werd de oorspronkelijke betekenis van de schildering vergeten. Er was niets over vastgelegd. De decoratie van het trappenhuis veranderde in de eeuwen daarna door restauraties, nieuwe interieurmodes en de smaak van wisselende bewoners. Al die tijd maakten vorsten en hun bezoekers gebruik van de trap. Wat zagen ze? En wat zien wij nu? Luister naar Constantijn Huygens, die in 1692 de trap beklom, en naar Fatma en Doğanay die in maart 2026 de schilderingen bekeken.
Metamorfose
De reconstructie van Fabri
De muurschildering raakte in de loop van de tijd beschadigd door het klimaat in het trappenhuis. De ramen aan de koude noordzijde veroorzaakten vocht, dat de beschilderde stuclaag aantastte. Al snel begon deze af te brokkelen. Begin 19e eeuw liet koning Lodewijk Napoleon de schildering overpleisteren met een witte kalklaag. Daarmee was de schade uit het zicht. Lichte wanden pasten bovendien beter bij de moderne, Franse smaak. Maar ook de nieuwe laag bleef niet goed vastzitten. In 1888 werd de 17e-eeuws schildering eronder herontdekt. Ruim tien jaar later schakelde koningin Wilhelmina de interieurschilder Willem Fabri in om het kunstwerk te reconstrueren.
Wapens op de wanden
Van het trappenhuis in de vroege 19e eeuw zijn geen afbeeldingen bekend. Lodewijk Napoleon liet een marmerimitatie op de wanden schilderen, blijkt uit beschrijvingen. In de tijd van koning Willem III hadden de muren een zandsteenkleur en was de trap versierd met de wapenverzameling van de koning. Meer dan zeshonderd wapens hingen er, uit Europa en uit Europese koloniën in Azië en Amerika.
Hellebaardiers
Op de hoeken van de trapleuning stonden in de tijd van koning Willem III deze wachters van zink. Ze zijn ontworpen als lampdragers, geschikt voor gasverlichting: aan de achterzijde zit een kraantje en in het hoofd een gat voor de gastoevoer. Op de piek van de hellebaard (het wapen) kan een lamp worden gemonteerd, maar dat is op Paleis Het Loo nooit gebeurd.
Improviseren
Voor de wanden aan de noordzijde (de raamwand) en de zuidzijde had Fabri nauwelijks 17e‑eeuws materiaal. Hij moest improviseren. Een schetsvoorstel kwam van Meubelfabriek C.H. Eckhart, die het timmerwerk verzorgde: doorlopende ramen aan de noordzijde en banken en gordijnen bij de deuren naar de grote zaal. Uiteindelijk bleef Marots prent leidend, al bood die weinig houvast. De ramen bleven behouden en kregen decoraties in de trant van Marot. Op de zuidwand schilderde Fabri de godinnen Diana en Ceres en boven de deur het wapen van Willem en Mary.
Overdag verborgen
Overdag is de schildering op de noordwand moeilijk te zien door het binnenvallende licht. Bij zonsondergang verschijnt tussen de ramen het medaillon met het portret van de jonge koningin Wilhelmina. Fabri beeldde haar af als de godin Diana, met een maansikkel op haar hoofd. Het medaillon is tegenover het wapen van Willem en Mary op de zuidwand geplaatst. Een bewuste toevoeging van Fabri aan het ontwerp van Daniël Marot, waarmee hij de 17e eeuw aan de 20e verbond.
Team Fabri
Twee jaar werkten Fabri en zijn assistenten aan de reconstructie van de grote trap. Na grondig onderzoek van de 17e-eeuwse fragmenten maakten ze nauwkeurige kopieën. Daarna werkten ze een jaar aan de nieuwe olieverfschildering op linnen. Na plaatsing van de enorme doeken op de wanden poseerde het team trots op de trap. Rechts vooraan, met een arm losjes op de leuning, staat Fabri.
Assistenten
Fabri’s assistenten waren jonge kunstenaars in opleiding. Zij waren vermoedelijk verantwoordelijk voor de landschappen en architectuur op de schildering. Hun namen, A. Albers, H.G. Luitwieler, K. Hoogendorp en H.P. Groen, staan haast onzichtbaar in de zuidwesthoek op de eerste verdieping. Dit is de hoek rechts van de deur naar de grote zaal. Hendrik Gerardus Luitwieler werd later restaurator bij Museum Boijmans Van Beuningen, Hendrik Pieter Groen vestigde zich als schilder in Rotterdam. Over Albers en Hoogendorp is (nog) niets bekend.
Fabri’s interpretatie
Twee jaar werkten Fabri en zijn assistenten aan de reconstructie van de grote trap. Na grondig onderzoek van de 17e-eeuwse fragmenten maakten ze nauwkeurige kopieën. Daarna werkten ze een jaar aan de nieuwe olieverfschildering op linnen. Na plaatsing van de enorme doeken op de wanden poseerde het team trots op de trap. Rechts vooraan, met een arm losjes op de leuning, staat Fabri.
Creatieve oplossingen
Fabri bracht de 17e-eeuwse decoraties weer tot leven. Waar nog sporen van het ontwerp van Daniël Marot en Robbert Duval zichtbaar waren, sloot hij daar nauw op aan. Maar waar de tijd die sporen had uitgewist, liet Fabri zijn eigen creativiteit spreken. Hij maakte opvallende keuzes op de oostwand, de wand links van de trap wanneer je van het tussenbordes naar boven loopt. De linker figuur – met een klaproos – had ooit een opvallende snor, maar Fabri liet deze weg. Ook de figuur in het midden kreeg een minder markant uiterlijk.
Uniek erfgoed
Restaureren voor de toekomst
Paleis Het Loo ging in 1984 open als museum, na een grote restauratie. Ook de schilderingen in het trappenhuis zijn toen behandeld en voorzien van een vernislaag om de verf te beschermen. Nu blijkt dat deze vernislaag juist schadelijk is voor de olieverf. Als er niets gebeurt, is de schildering over een aantal jaren niet meer te herstellen. Vervanging van het vernis is daarom nodig. Het plafond is in 2020 al gerestaureerd. Nu zijn de wanden aan de beurt. Zo behouden we dit unieke erfgoed voor toekomstige generaties.
Boodschappen van Fabri
Fabri zette meerdere handtekeningen op de schildering en voegde persoonlijke boodschappen toe. Bij het bordes halverwege de trap staat: ‘In opdracht van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina geschilderd naar oorspronkelijke overblijfselen door W.A. Fabri. A[nn]O 1900-1902.’ Een tweede tekst staat hoog op de westwand, onzichtbaar voor bezoekers. Deze boodschap liet Fabri achter voor restauratoren na hem: ‘Dit werk, een stuk van mijn leven, beveel ik in de zorg van mijn opvolger aan.’
Restauratie in de jaren 80
In aanloop naar de opening van Paleis Het Loo als nationaal museum werd het trappenhuis in de jaren 80 gerestaureerd. De schildering was door lekkages en een wisselende luchtvochtigheid zwaar beschadigd. Het pleisterwerk liet los van de muur, verf bladderde af en er was schimmel ontstaan. Herstel bleek niet eenvoudig. Uiteindelijk lukte het restauratoren de verflagen stabiel te krijgen, waardoor de schildering niet verder achteruitging.
Schadelijk vernis
Een vernislaag is bedoeld om kleuren diepte te geven en de verf te beschermen. In de jaren 80 is gekozen voor een kunstmatig gemaakt vernis. Restauratoren dachten toen dat dit langer goed zou blijven dan traditionele vernissoorten, gemaakt van natuurlijke hars. Nu blijkt dat het moderne vernis zich aan de verflaag ging hechten, wat uiteindelijk grote schade kan veroorzaken. Daarom wordt de vernislaag uit de jaren 80 verwijderd. Met het blote oog is het vernis niet te zien, maar onder een UV-lamp kleurt het groen. Zo zien de restauratoren waar nog vernis zit.
Retoucheren
Bij het verwijderen van vernis worden vaak ook oude restauraties van eerdere schades weggehaald. De beschadigde plekken komen dan weer tevoorschijn. Restauratoren brengen na de vernisafname eerst een nieuwe vernislaag aan, die alle oorspronkelijke verf beschermt. Daarna werken ze de beschadigde plekken bij met verf die makkelijk weg te halen is, mocht dat nodig zijn. Dit proces heet retoucheren. Als laatste volgt een slotvernis, om de schildering te beschermen en een gelijkmatige glans te geven.
Krassen, bobbels en barsten
De schildering vertoont verschillende soorten schade. Door jarenlang dagelijks gebruik van de trap zijn krassen en putten ontstaan. In een hoek zitten bobbels in het doek, veroorzaakt door zoutkristallen op de muur. Door de druk staat de verf daar op barsten. Op sommige plaatsen is het vernis wit en dof geworden door sterke lichtinval. Daarnaast zijn er kleine barstjes in de verf, craquelé genoemd. Als deze storend zijn voor het beeld als geheel, werken de restauratoren ze voorzichtig bij zodat ze minder opvallen.
Wil je meehelpen de grote trap te bewaren voor de toekomst?