Sla navigatie over
Tentoonstellingen

De grote trap

17 april t/m 30 augustus 2026
De grote trap van Paleis Het Loo met in de achtergrond de muurschildering naar ontwerp van Daniel Marot en geschilderd door Robert Duval

De grote trap

Als muren konden praten

Wat doet een papegaai in een Veluws paleis? Wie zijn de rijk geklede mannen die van achter balustrades de ruimte in kijken? Op de grote trap in het hart van Paleis Het Loo gaat een geschilderde wereld voor je open. De muren vertellen een verhaal.

Eeuwenlang liepen vorsten en hun gasten via de 36 treden naar de grote zaal, de belangrijkste ontvangstruimte van het paleis. Het trappenhuis heeft er door de jaren heen anders uitgezien dan nu. Veroudering, schade en restauraties lieten hun sporen na. En vorsten hadden ieder zo hun ambities en smaak.

Wat was de oorspronkelijke betekenis van de schildering op de wanden? Welke boodschap zagen bezoekers driehonderd jaar geleden en hoe kijken wij nu? Ontdek het in deze tentoonstelling, een reis door ruimte en tijd: van de Veluwe naar Versailles en Istanbul, van koning-stadhouder Willem III tot koningin Wilhelmina. En van hofarchitect Daniël Marot tot de restauratoren van vandaag.

De tentoonstelling De grote trap was te zien van 17 april t/m 30 augustus 2026.

Ontstaansgeschiedenis

ets van trappenhuis met beschilderde muren

Een geschilderde wereld

Het ontwerp van Daniël Marot

Daniël Marot was hofarchitect van koning-stadhouder Willem III. Hij ontwierp de trap als één geheel, van de eerste trede tot het plafond. Een groots welkomstgebaar. Een zuilengalerij biedt doorkijkjes naar een weids heuvellandschap. Binnen en buiten smelten samen. Door het geschilderde gewelf, dat doorloopt op het plafond lijkt de ruimte hoger dan hij is: een optische illusie.

Marots spectaculaire ontwerp werd tussen 1690 en 1693 uitgevoerd door hofschilder Robbert Duval. De schildering heeft een oppervlak van 550 m². Na Panorama Mesdag in Den Haag is het de grootste schildering van Nederland. Het werk moest bezoekers imponeren, maar zit ook vol boodschappen over de koning-stadhouder en zijn rol op het wereldtoneel.

Een portret van koning-stadhouder Willem III en hofarchitect Robert Duval in de tentoonstelling De grote trap

Koning-stadhouder Willem III

Willem III werd in 1672 stadhouder van de Nederlandse Republiek. Bijna zijn leven lang streed hij tegen de Franse koning Lodewijk XIV. Tussen het oorlog voeren door verbleef hij op Paleis Het Loo. Willem en zijn echtgenote prinses Mary II Stuart hadden het paleis in 1686 laten bouwen. Drie jaar later werden ze koning en koningin van Engeland, Schotland en Ierland. Paleis en tuinen werden toen uitgebreid. Ook de schildering kwam in deze periode tot stand. In 1693 was het werk af. De rijk gedecoreerde trap droeg bij aan een nieuwe, koninklijke uitstraling.

Hofarchitect Marot

De Franse architect Daniël Marot speelde een hoofdrol bij de inrichting van Paleis Het Loo. Omdat hij protestant was, moest hij in 1685 het katholieke Frankrijk ontvluchten. Koning Lodewijk XIV verbood protestanten hun geloof te praktiseren. Willem III bood Marot bescherming en werk. De Fransman maakte ontwerpen voor paleizen in de Republiek en in Engeland. Bij de uitbreiding van Paleis Het Loo was Marot verantwoordelijk voor een groot deel van het interieurontwerp. Lees hier meer over hoe Daniel Marot naar Paleis Het Loo komt.

Unieke bron

Marot was behalve architect en ontwerper een uitstekend prentkunstenaar. Toen het trappenhuis af was, maakte hij in 1712 een ets van het resultaat. Hij schreef erbij: ‘L Escallier de la Maison Roijalle de Lóo’, ‘De trap van het Koninklijk Huis Het Loo’. Er zijn geen andere afbeeldingen of beschrijvingen van de trap uit de 17e eeuw bewaard gebleven. Deze prent is de enige bron die het oorspronkelijke ontwerp van Marot laat zien.

Elementen van de schets van hofarchitect Daniel Marot worden uitgelegd in een infographic

In detail

Veel details in Daniël Marots ontwerp verwijzen naar zijn opdrachtgever, Willem III. De trap was bedoeld om bezoekers te imponeren. Tegelijkertijd was het een kennismaking: een geschilderd visitekaartje. Gasten herkenden de symbolische verwijzingen in de voorstelling.

De grote trap in context

Open maqutte van een 17e eeuwse ontvangsthal in de vitrine

Een vorstelijke ontvangst

De trap in Europese context

Het trappenhuis verbindt de entreehal op de begane grond met de grote zaal op de eerste verdieping. De rijke beschildering gaf bezoekers op weg naar boven al een indruk van hun gastheer, de koning-stadhouder. Zo speelde de trap een rol in de vorstelijke ontvangst. In heel Europa werden paleizen en landhuizen met monumentale schilderingen versierd. Ze lieten de status, persoonlijke smaak én politieke ambities van de bewoners zien. Een eenvoudige doorgang veranderde zo in een ruimte vol betekenis.

Een miniatuur van de Ambassadeurstrap van Lodewijk XIV
Een detail van een miniatuur van de Ambassadeurstrap van Lodewijk XIV

De Ambassadeurstrap van Lodewijk XIV

Willems vijand was de Franse koning Lodewijk XIV. Deze liet in zijn paleis in Versailles tussen 1672 en 1679 een imposante marmeren trap bouwen. Op de muren rondom waren zijn militaire overwinningen te zien en figuren uit alle werelddelen. Buitenlandse ambassadeurs namen deze trap als ze bij de koning op audiëntie gingen. Daniël Marot kende de Ambassadeurstrap en liet zich erdoor inspireren in zijn ontwerp voor Paleis Het Loo. Hiermee liet hij zien dat het paleis op de Veluwe zich kon meten met het machtige Versailles.

Versailles als voorbeeld

De Ambassadeurstrap van Versailles werd ontworpen door de architect Louis Le Vau. De schilder was Charles Le Brun. Ruim voordat de trap in 1752 werd afgebroken, maakte Louis Surugue er een serie etsen van. Dankzij deze etsen weten we hoe de trap eruitzag. Boven de ingangsmuur waren figuren uit landen in Azië en Afrika afgebeeld. Marot en Duval lieten zich hierdoor inspireren: de Ottomaanse mannen in Paleis Het Loo zijn pratend en gebarend weergegeven, net als in het Franse voorbeeld.

De wereld in huis

De schildering van de grote trap is in omvang en voorstelling uniek in Nederland, maar sluit aan bij een 17e-eeuwse trend aan de Europese vorstenhoven. Door overzeese handel en koloniale overheersing groeide de interesse voor andere culturen en volken. Machthebbers lieten hun wereldwijde connecties graag zien in monumentale kunstwerken.

Lees hier meer over de grote trap in context van andere paleizen in Nederland en in het buitenland.

De wereld in huis

De schildering van de grote trap is in omvang en voorstelling uniek in Nederland, maar sluit aan bij een 17e-eeuwse trend aan de Europese vorstenhoven. Door overzeese handel en koloniale overheersing groeide de interesse voor andere culturen en volken. Machthebbers lieten hun wereldwijde connecties graag zien in monumentale kunstwerken.

Kunsthistoricus Răzvan-Iulian Rusu deed onderzoek naar de grote trap van Paleis Het Loo. In de bovenstaande video geeft hij uitleg over de schildering.

Lees hier meer over de grote trap in context van andere paleizen in Nederland en in het buitenland.

Ottomaanse context

Mannen in Ottomaanse kleding geschilderd op de grote trap

Een bordes tussen oost en west

Willems politieke boodschap

De mannen bovenaan de trap verbeelden hooggeplaatste figuren uit het Ottomaanse Rijk. Achter hen ligt de Bosporus bij Constantinopel, het huidige Istanbul. Deze zeestraat vormde een strategische grens tussen Europa en Azië.

Handel met Azië was belangrijk, maar veel Europeanen zagen de Ottomanen ook als bedreiging. Toen Willem III de muurschildering liet maken, voerde het Ottomaanse Rijk veroveringsoorlogen in oostelijk Europa. Dat bracht de Ottomanen in direct conflict met een van de machtige rijken in Europa: het Heilige Roomse Rijk of Habsburgse Rijk, dat onder meer Oostenrijk en Hongarije omvatte. Willem III had de Ottomanen nodig voor de handel en het Heilige Roomse Rijk voor de strijd tegen de Fransen die Nederland bedreigden.

Op Paleis Het Loo bracht hij Azië en Europa symbolisch samen. Met zijn trap, geïnspireerd op de Ambassadeurstrap van Lodewijk XIV, presenteerde hij zich als diplomatieke bemiddelaar én waardige rivaal van de Franse koning. Lees hier meer over de banden tussen Europa en het Ottomaanse rijk.

kaart van ottomaanse rijk
Kaart van het Ottomaanse Rijk in de tweede helft van de 17e eeuw. Rijksmuseum, Amsterdam.

Het Ottomaanse Rijk

Rond 1680 strekte het Ottomaanse Rijk zich uit van Turkije tot de Balkan, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Het was het resultaat van regelmatige veroveringsoorlogen die steeds verder voerden, ook in Europa. Wenen werd daarbij gezien als een hoofdprijs. Hun tweede poging om de strategisch gelegen stad in te nemen leidde in 1683 tot de eerste grote nederlaag van het Ottomaanse leger. Hiermee begon de geleidelijke neergang van het Ottomaanse Rijk. De belangrijkste Europese macht in dit conflict was het Heilige Roomse Rijk, een verband van staten en kerkelijke gebieden met Oostenrijk als centrum en een keizer aan het hoofd.  Dit keizerrijk vocht samen met bondgenoten als Polen-Litouwen en Venetië tegen de oprukkende Ottomanen.

Halvemaanvormige hanger met de tekst ‘Liver Turcx dan Paus’, ‘liever Turks dan Paaps’ ooit gedragen door protestantse verzetsstrijders – de geuzen –

Geuzenpenning

Deze penning dateert uit de beginjaren van de Nederlandse Opstand tegen Spanje. Toen al waren er contacten met het Ottomaanse Rijk. Protestantse verzetsstrijders – de geuzen – droegen halvemaanvormige hangers met de tekst ‘Liver Turcx dan Paus’, ‘liever Turks dan Paaps’. Het was een provocerende slogan die aangaf dat de Ottomanen (de ‘Turken’) in religieus opzichter veel toleranter waren dan de katholieke kerk (de 'papen'). Later in de 17e eeuw werden de penningen opnieuw populair. De katholieke vijand was nu niet Spanje, maar het Frankrijk van Lodewijk XIV.

Gezicht op Constantinopel met de drukbevaren Bosporus. Op de groene heuvel rechts is het paleis van de sultan te zien, het Serail of Topkapı-paleis (nr. 11 op het schilderij).

Gezicht op Constantinopel

Vanuit de ambassade hadden Nederlandse diplomaten dit riante uitzicht op Constantinopel (Istanbul) en de drukbevaren Bosporus. Op de groene heuvel rechts is het paleis van de sultan te zien, het Serail of Topkapı-paleis (nr. 11 op het schilderij). De Republiek onderhield sinds 1612 diplomatieke banden met het Ottomaanse Rijk. Dat jaar kregen Nederlandse handelaren toegang tot de Ottomaanse markt en werd een ambassadeur in Constantinopel aangesteld. Het oostelijk Middellandse Zeegebied was van vitaal belang voor de Nederlandse zeehandel.

Een boek over Ottomaanse kleding van J. Bassan, Recueil de cent estampes representant differentes nations du Levant, 1714 bruikleen van het Rijksmuseum, Amsterdam

Ottomaanse kleding

Eind 17e eeuw waren boeken over het Ottomaanse Rijk geliefd in de Republiek. Daniël Marot en Robbert Duval haalden er vermoedelijk inspiratie uit voor de schildering op Paleis Het Loo. Toch is hun weergave van Ottomaanse kleding niet realistisch. Bij gebrek aan betrouwbare voorbeelden bleef het een Europese interpretatie. Het hier getoonde kostuumboek laat zien hoe mannen en vrouwen uit diverse Ottomaanse bevolkingsgroepen rond 1700 écht gekleed waren. Dit boek verscheen pas na de voltooiing van de grote trap. Het werd direct populair onder kunstenaars.

Een prent van Sultan Achmed II en een schilderij van Keizer Leopold I die als overwinnaar op een triomfwagen zit, te midden van zijn leger en gevangengenomen Ottomanen. Een reeks veroverde steden is onderaan de prent te zien. Twee vrouwen blazen de loftrompet. Voorop de wagen toont een vrouw een kruis met Christus. Erboven verschijnt de paus. Hij vertrapt de halve maan, symbool van het Ottomaanse Rijk. Soldaten in de stoet dragen op speren gespietste hoofden mee.

Sultan Ahmed II

Ahmed II was sultan van het Ottomaanse rijk van 1691 tot 1695. Dit kleine portret is een van de weinige afbeeldingen die in Europa van hem in omloop waren. Willem III heeft de sultan nooit ontmoet. Wel is een brief van hem aan Ahmed II bewaard gebleven. Willem ondertekende die met ‘Uw meest toegewijde vriend, Koning Willem’. Een beleefdheidsformule, want zo hecht was hij niet met de sultan.

Keizerlijke triomf

Keizer Leopold I zit als overwinnaar op een triomfwagen, te midden van zijn leger en gevangengenomen Ottomanen. Een reeks veroverde steden is onderaan de prent te zien. Twee vrouwen blazen de loftrompet. Voorop de wagen toont een vrouw een kruis met Christus. Erboven verschijnt de paus. Hij vertrapt de halve maan, symbool van het Ottomaanse Rijk. Soldaten in de stoet dragen op speren gespietste hoofden mee. Romeyn de Hooghe, die ook politieke prenten maakte voor Willem III, toont in deze propagandaprent een eenzijdig Europese kijk op de oorlog.

De brief van Willem III aan Karel V van Lotharingen

Brief aan Karel V van Lotharingen

Het Europees-Ottomaanse conflict bracht Willem III in een lastige positie. Net als nu speelden bij internationale contacten altijd meerdere belangen. Een goede relatie tussen de Republiek en het Ottomaanse Rijk was cruciaal voor de handel. Tegelijkertijd moest Willem zijn Europese bondgenoten steunen. Karel V, hertog van Lotharingen, was een belangrijke connectie: hij was de legeraanvoerder van keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk. In deze brief feliciteert Willem hem met de herovering van Gran (Esztergom). Deze stad in het noorden van Hongarije was sinds 1543 in Ottomaanse handen was geweest.

Pleidooi voor vrede

Deze brieven onthullen de historische betekenis van de schildering bij de grote trap: Willem III presenteert zich als bruggenbouwer tussen Oost en West. In juli 1692 pleit hij in twee brieven voor vrede tussen het Ottomaanse en het Heilige Roomse Rijk. Bondgenoot Leopold I zou zich daardoor meer kunnen richten op de strijd tegen Frankrijk. Oorlog met de Ottomanen is in het voordeel van Lodewijk XIV, waarschuwt Willem. Aan sultan Ahmed II schrijft hij dat vrede ’het welzijn en de belangen van het Ottomaanse Rijk’ dient.

Ottomaans perspectief

Hoe dachten mensen in het Ottomaanse Rijk over Europa en de Europese vorsten? Waarom wilden Ottomaanse leiders hun gebied steeds verder uitbreiden en hoe kwam er een einde aan de Ottomaans-Europese oorlog? Luister naar Dr. Ozan Ozavci, universitair hoofddocent in de transimperiale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

Bezoekers van alle tijden

Na de dood van Willem III in 1702 werd de oorspronkelijke betekenis van de schildering vergeten. Er was niets over vastgelegd. De decoratie van het trappenhuis veranderde in de eeuwen daarna door restauraties, nieuwe interieurmodes en de smaak van wisselende bewoners. Al die tijd maakten vorsten en hun bezoekers gebruik van de trap. Wat zagen ze? En wat zien wij nu? Luister naar Constantijn Huygens, die in 1692 de trap beklom, en naar Fatma en Doğanay die in maart 2026 de schilderingen bekeken.

tentoonstellingsruimte met grote trap met rode traploper en beschilderde wand

Traploper

Op de trap lagen door de eeuwen heen verschillende lopers. Begin 19e eeuw lag er een loper met tijgerpatroon. Nederland was in die tijd onder Frans bewind. Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer, was koning. Een eeuw later koos koningin Wilhelmina voor deze handgeknoopte loper van de Koninklijke Deventer Tapijtfabriek. De fabriek stond bekend om zijn ‘Smyrnatapijten’: Nederlandse tapijten geïnspireerd op voorbeelden uit Smyrna, het tegenwoordige İzmir in Turkije. In de loper komen de kleuren van de wandschildering terug.  

Metamorfose

Interieurschilder Willem Fabri en zijn gezelschap poseren op de grote trap voor ze het restaureren

De reconstructie van Fabri

De muurschildering raakte in de loop van de tijd beschadigd door het klimaat in het trappenhuis. De ramen aan de koude noordzijde veroorzaakten vocht, dat de beschilderde stuclaag aantastte. Al snel begon deze af te brokkelen. Begin 19e eeuw liet koning Lodewijk Napoleon de schildering overpleisteren met een witte kalklaag. Daarmee was de schade uit het zicht. Lichte wanden pasten bovendien beter bij de moderne, Franse smaak. Maar ook de nieuwe laag bleef niet goed vastzitten. In 1888 werd de 17e-eeuws schildering eronder herontdekt. Ruim tien jaar later schakelde koningin Wilhelmina de interieurschilder Willem Fabri in om het kunstwerk te reconstrueren.

Wapens op de wanden van de grote trap op Paleis Het Loo

Wapens op de wanden

Van het trappenhuis in de vroege 19e eeuw zijn geen afbeeldingen bekend. Lodewijk Napoleon liet een marmerimitatie op de wanden schilderen, blijkt uit beschrijvingen. In de tijd van koning Willem III hadden de muren een zandsteenkleur en was de trap versierd met de wapenverzameling van de koning. Meer dan zeshonderd wapens hingen er, uit Europa en uit Europese koloniën in Azië en Amerika.

Hellebaardiers gemaakt van zink

Hellebaardiers

Op de hoeken van de trapleuning stonden in de tijd van koning Willem III deze wachters van zink. Ze zijn ontworpen als lampdragers, geschikt voor gasverlichting: aan de achterzijde zit een kraantje en in het hoofd een gat voor de gastoevoer. Op de piek van de hellebaard (het wapen) kan een lamp worden gemonteerd, maar dat is op Paleis Het Loo nooit gebeurd.

Wilhelmina op 18 jaar met haar inhuldigingsmantel wanneer ze voor de eerste keer poseert als koningin

Terug naar de 17e eeuw

Wilhelmina was achttien jaar en net ingehuldigd als koningin. Deze foto werd ter gelegenheid van die gebeurtenis gemaakt. Ze was dol op Paleis Het Loo en had grote bewondering voor koning-stadhouder Willem III. De jonge koningin liet het interieur terugbrengen naar de 17e-eeuwse stijl. Architect Johannes Jacobus van Nieukerken voerde de plannen uit. Hij baseerde zich op het werk van hofarchitect Daniël Marot. De koningin was van begin tot eind persoonlijk bij het project betrokken.

Schilder Willem Fabri met twee ontwerpen voor het interieur van Paleis Soestdijk.

Reconstructie

De Rotterdamse decoratieschilder Willem Fabri bracht de wandschildering terug in het trappenhuis. Hij was aan het hof geen onbekende: op de foto staat hij met twee ontwerpen voor het interieur van Paleis Soestdijk. Zijn werk viel zo in de smaak, dat de grote opdracht op Paleis Het Loo hem ook werd toevertrouwd. Restaureren bleek geen optie, daarvoor waren de 17e‑eeuwse resten van de schildering te zwaar beschadigd. De koningin vroeg Fabri daarom een reconstructie te maken.

De olieverfschets die Willem Fabri maakte van de westwand en ter goedkeuring aan Wilhelmina liet zien

Voorstudie

Deze olieverfschets van de westwand legde Willem Fabri ter goedkeuring voor aan koningin Wilhelmina. In het voorjaar van 1900 had Fabri met zijn assistenten vier maanden onderzoek gedaan in het trappenhuis. Daarbij waren de bovenste kalklagen zorgvuldig verwijderd om de 17e‑eeuwse schildering bloot te leggen. Voor ontbrekende delen raadpleegde Fabri ander werk van Daniël Marot en de 17e‑eeuwse ets van de trap. Zo ontstond een nieuw ontwerp, dat dicht bij het oorspronkelijke bleef.

de zuidwand bij de grote trap
Zuidwand van de grote trap

Improviseren

Voor de wanden aan de noordzijde (de raamwand) en de zuidzijde had Fabri nauwelijks 17e‑eeuws materiaal. Hij moest improviseren. Een schetsvoorstel kwam van Meubelfabriek C.H. Eckhart, die het timmerwerk verzorgde: doorlopende ramen aan de noordzijde en banken en gordijnen bij de deuren naar de grote zaal. Uiteindelijk bleef Marots prent leidend, al bood die weinig houvast. De ramen bleven behouden en kregen decoraties in de trant van Marot. Op de zuidwand schilderde Fabri de godinnen Diana en Ceres en boven de deur het wapen van Willem en Mary.

Het medaillon met het portret van de jonge koningin Wilhelmina afgebeeld als de godin Diana, met een maansikkel op haar hoofd

Overdag verborgen

Overdag is de schildering op de noordwand moeilijk te zien door het binnenvallende licht. Bij zonsondergang verschijnt tussen de ramen het medaillon met het portret van de jonge koningin Wilhelmina. Fabri beeldde haar af als de godin Diana, met een maansikkel op haar hoofd. Het medaillon is tegenover het wapen van Willem en Mary op de zuidwand geplaatst. Een bewuste toevoeging van Fabri aan het ontwerp van Daniël Marot, waarmee hij de 17e eeuw aan de 20e verbond.

Interieurschilder Willem Fabri en zijn gezelschap poseren op de grote trap voor ze het restaureren

Team Fabri

Twee jaar werkten Fabri en zijn assistenten aan de reconstructie van de grote trap. Na grondig onderzoek van de 17e-eeuwse fragmenten maakten ze nauwkeurige kopieën. Daarna werkten ze een jaar aan de nieuwe olieverfschildering op linnen. Na plaatsing van de enorme doeken op de wanden poseerde het team trots op de trap. Rechts vooraan, met een arm losjes op de leuning, staat Fabri.

De handtekeningen van de assistenten van William Fabri: . Albers, H.G. Luitwieler, K. Hoogendorp en H.P. Groen, staan haast onzichtbaar in de zuidwesthoek op de eerste verdieping

Assistenten

Fabri’s assistenten waren jonge kunstenaars in opleiding. Zij waren vermoedelijk verantwoordelijk voor de landschappen en architectuur op de schildering. Hun namen, A. Albers, H.G. Luitwieler, K. Hoogendorp en H.P. Groen, staan haast onzichtbaar in de zuidwesthoek op de eerste verdieping. Dit is de hoek rechts van de deur naar de grote zaal. Hendrik Gerardus Luitwieler werd later restaurator bij Museum Boijmans Van Beuningen, Hendrik Pieter Groen vestigde zich als schilder in Rotterdam. Over Albers en Hoogendorp is (nog) niets bekend.

De oostwand, de wand links van de trap wanneer je van het tussenbordes naar boven loopt. De linker figuur – met een klaproos – had ooit een opvallende snor, maar Fabri liet deze weg. Ook de figuur in het midden kreeg een minder markant uiterlijk.
Mannen in Ottomaanse kleding geschilderd op de grote trap

Creatieve oplossingen

Fabri bracht de 17e-eeuwse decoraties weer tot leven. Waar nog sporen van het ontwerp van Daniël Marot en Robbert Duval zichtbaar waren, sloot hij daar nauw op aan. Maar waar de tijd die sporen had uitgewist, liet Fabri zijn eigen creativiteit spreken. Hij maakte opvallende keuzes op de oostwand, de wand links van de trap wanneer je van het tussenbordes naar boven loopt. De linker figuur – met een klaproos – had ooit een opvallende snor, maar Fabri liet deze weg. Ook de figuur in het midden kreeg een minder markant uiterlijk.

Wilhelmina poseert in witte rouwkleding op de grote trap na het overlijden van haar man prins Hendrik in 1934

Wilhelmina op de trap

Wilhelmina poseert in witte rouwkleding op de grote trap na het overlijden van haar man prins Hendrik in 1934. Het is een van de weinige foto’s van de koningin op de trap. Toch is ze deze trap heel vaak op- en afgelopen, vergezeld door een hofdame. Op het gesplitste onderste deel namen ze elk hun eigen trap. Volgens overlevering moest de hofdame na afloop precies weten wat de koningin had gezegd. Geen makkelijke opgave bij een trap van dit formaat.

Uniek erfgoed

Foto's van recente restauraties van de grote trap

Restaureren voor de toekomst

Paleis Het Loo ging in 1984 open als museum, na een grote restauratie. Ook de schilderingen in het trappenhuis zijn toen behandeld en voorzien van een vernislaag om de verf te beschermen. Nu blijkt dat deze vernislaag juist schadelijk is voor de olieverf. Als er niets gebeurt, is de schildering over een aantal jaren niet meer te herstellen. Vervanging van het vernis is daarom nodig. Het plafond is in 2020 al gerestaureerd. Nu zijn de wanden aan de beurt. Zo behouden we dit unieke erfgoed voor toekomstige generaties.

Foto's van restauratie in de jaren 80

Restauratie in de jaren 80

In aanloop naar de opening van Paleis Het Loo als nationaal museum werd het trappenhuis in de jaren 80 gerestaureerd. De schildering was door lekkages en een wisselende luchtvochtigheid zwaar beschadigd. Het pleisterwerk liet los van de muur, verf bladderde af en er was schimmel ontstaan. Herstel bleek niet eenvoudig. Uiteindelijk lukte het restauratoren de verflagen stabiel te krijgen, waardoor de schildering niet verder achteruitging.

Foto's van delen van de grote trap waar schade aan zit en wat geretoucheerd moet worden

Schadelijk vernis

Een vernislaag is bedoeld om kleuren diepte te geven en de verf te beschermen. In de jaren 80 is gekozen voor een kunstmatig gemaakt vernis. Restauratoren dachten toen dat dit langer goed zou blijven dan traditionele vernissoorten, gemaakt van natuurlijke hars. Nu blijkt dat het moderne vernis zich aan de verflaag ging hechten, wat uiteindelijk grote schade kan veroorzaken. Daarom wordt de vernislaag uit de jaren 80 verwijderd. Met het blote oog is het vernis niet te zien, maar onder een UV-lamp kleurt het groen. Zo zien de restauratoren waar nog vernis zit.

Retoucheren

Bij het verwijderen van vernis worden vaak ook oude restauraties van eerdere schades weggehaald. De beschadigde plekken komen dan weer tevoorschijn. Restauratoren brengen na de vernisafname eerst een nieuwe vernislaag aan, die alle oorspronkelijke verf beschermt. Daarna werken ze de beschadigde plekken bij met verf die makkelijk weg te halen is, mocht dat nodig zijn. Dit proces heet retoucheren. Als laatste volgt een slotvernis, om de schildering te beschermen en een gelijkmatige glans te geven.

Steun de restauratie

Het behoud van de muurschildering op de grote trap is alleen mogelijk dankzij zorgvuldig restauratiewerk. Restauratoren werken met grote precisie aan het conserveren van dit kwetsbare erfgoed. In de bovenstaande video over het restauratieproces ontdek je hoe zij te werk gaan en welke keuzes daarbij komen kijken. Ook kun je hier meer over de restauratie lezen. Help jij de grote trap te bewaren voor de toekomst?