Wandering Through the Past in Search of Regenerative Futures
Anna Bitkina, curator van State of Wander
Koninklijke residenties in een tijd van ecologische crisis
Historische paleizen en kastelen, met hun rijke collecties, zorgvuldig onderhouden tuinen en uitgestrekte parken, zijn blijvende symbolen van Europa’s aristocratische erfenis. Van Versailles tot Schloss Schwerin weerspiegelen ze niet alleen rijkdom en artistieke prestaties, maar ook geschiedenissen van uitbuiting van arbeiders, koloniale roof en controle over de leefomgeving. Hun collecties, gevormd door kennis- en onderzoekstradities waarin de mens centraal staat, vertellen vaak meer over overheersing en ontworteling dan over louter esthetische waardering. In de bijbehorende tuin- en parklandschappen, ontworpen om macht uit te stralen, zijn complexe ecosystemen vervangen door kunstmatige, strak georganiseerde en decoratieve ontwerpen.
In de context van wereldwijde veranderingen in klimaat en leefomgeving door menselijk handelen – vaak voortkomend uit het idee dat mensen boven andere soorten staan – roepen deze locaties belangrijke vragen op. Hoe kunnen historische musea de ecologische en sociale geschiedenissen zichtbaar maken die in hun collecties besloten liggen? Welke rol kunnen zij spelen om de traditionele, dominante verhaallijnen over rijkdom, macht en menselijke beheersing van de natuur ter discussie te stellen?
Met een onderzoeksproject gericht op de collectie van Paleis Het Loo creëert State of Wander: Towards Environmental Restoration een kader om op deze vragen op de agenda te zetten en mogelijke antwoorden te verkennen. Het project wil het eurocentrische denken ter discussie stellen en kritisch kijken naar de rol van koninklijk privilege in de ontwikkeling van kapitalisme, ideeën over de natuur en de Europese ecologische geschiedenis. Paleis Het Loo in Apeldoorn was oorspronkelijk een koninklijke zomerresidentie en jachthuis en is tegenwoordig een nationaal museum. Als locatie met cultureel en groen erfgoed bewaart het onder meer 17e‑eeuwse baroktuinen, stallen, opgezette dieren, jachtcollecties, bloemmotieven in textiel, schilderijen, keramiek en glas en een plantenverzameling met zowel lokale als geïmporteerde soorten.
Gebouwd op ruige heidegrond voor de koninklijke jacht en tuinkunst, laat Paleis Het Loo zien hoe de aristocratie natuur omvormde tot cultuurlandschappen voor sport, ontspanning en vorstelijk vertoon. Zo werd het idee versterkt dat de natuur iets is dat geordend en beheerst moet worden. Tegenwoordig wordt deze historische denkwijze steeds vaker herzien in het maatschappelijk debat over duurzaamheid en harmonieus samenleven van verschillende levensvormen.
State of Wander maakt daarnaast deel uit van de lopende discussies over klimaatverandering binnen westerse kennistradities. De oorsprong van klimaatverandering is niet te begrijpen zonder terug te gaan naar de 16e eeuw, de periode van koloniale expansie, roofeconomieën en de daarmee samenhangende grootschalige veranderingen van land, arbeid en ecologische systemen. Tegen deze achtergrond nodigt State of Wander uit tot een kritische, nieuwe kijk op het museum als een plek waar geschiedenissen van macht, ecologie en representatie in een ander licht worden geplaatst. Deze brede blik op het verleden onderstreept hoe belangrijk het behoud van onze leefomgeving is voor onze toekomst. State of Wander zoekt bovendien naar nieuwe manieren om te bestuderen hoe wij onze omgeving vormgeven en hoe natuur wordt gepresenteerd – of dat nu in steden is of in museumcollecties.
Lees hier de volledige curatoriele tekst (alleen in het Engels).
De kunstenaars
Met medewerking van de Oshun Swim School onder leiding van Chandrika Francis en zwemmers Winona Hollins Hauge, Ahkia en Leah.
Structurele herbewerking en 3D‑printen van schelpen door Pietro Odaglia met Design Building Technologies aan ETH Zürich
Geluidsontwerp, compositie en luidsprekertechniek door Samuel Hertz
Zeefdruk door Talya Lubinsky
Ruimtelijke dataverwerking door Martyna Marciniak
1.311 Diamonds
Sculptuur en geluidsinstallatie
Locatie entree oost
Materialen zeefdruk in marmerstof op indigo‑geverfde brandnetel en jute, 3D‑geprint marmerstof met elektronica, lenticulaire pigmentprints op aluminium, glazen neon gevuld met geactiveerd kooldioxide
Berrigan verweeft materiaalmetaforen, vormen van herstel en genoegdoening met de geschiedenis van Paleis Het Loo. Ze wijst hierbij op de verbindingen met maritieme handel en de trans-Atlantische slavenhandel – een bron van systemisch racisme en trauma die de nazaten van tot slaaf gemaakte en gekoloniseerde mensen nog altijd beïnvloedt. Gemaakt in deze tijd van klimaatcrisis en maatschappelijke verantwoording voor het verleden, brengt het werk onderliggende oceaangeschiedenissen aan het licht die zowel het paleis als onze ongelijke relatie tot de natuur blijven vormen.
De oceaan verschijnt in verschillende artistieke vormen. De interieurs van het paleis vinden hun oorsprong in de zee: marmer bevat de schelpen van microscopische zeeorganismen die CO₂ omzetten in calciumcarbonaatsteen en een cruciale rol spelen in de atmosferische cycli van de aarde. Met indigo geverfde textielpanelen roepen de diepte van het water op en verwijzen naar de band tussen de rijkdom van de koninklijke familie en slavernij. Indigo-plantenverf was een winstgevend handelsproduct voor de wereldwijde commerciële praktijk van de VOC, die gebaseerd was op maritieme handelsroutes en de tot slaafmaking van Afrikaanse en Inheemse volkeren. De doeken in de installatie zijn bedrukt met marmerstof en tonen een vulkanische zeebodem langs trans-Atlantische zeeroutes. Deze oceaanbodem is een plaats waar de resten van voorouders uit Afrika – overboord gegooid of ontsnapt tijdens gevangenschap – samenkomen met zeeorganismen die CO₂ omzetten in marmer en zo bijdragen aan de ademhaling van de planeet.
Schelpvormige luidsprekers verbinden de centrale thema’s van het werk. De schelpen, afkomstig van het 17e‑eeuwse wrak van het VOC‑schip Witte Leeuw en bewaard in het Rijksmuseum, zijn uitvergroot en in 3D geprint met marmerstof dat is teruggewonnen uit industrieel afval. Uit de schelpen klinkt een compositie waarin ademhalingsoefeningen zijn verwerkt van een therapeutische zwemschool, geleid door en bedoeld voor van zwarte, inheemse en andere personen van kleur (BIPOC).
De nalatenschap van slavernij en segregatie brengt voor mensen van kleur nog altijd structurele hindernissen met zich mee om te leren zwemmen, evenals een diepgewortelde watervrees – geworteld in intergenerationeel trauma en tekenend voor een breuk in de fundamentele menselijke verbondenheid met de natuurlijke elementen. Het kunstwerk wijst op milieuherstel als een vorm van materiële genoegdoening en transformerende rechtvaardigheid binnen onze gedeelde, geërfde geschiedenis van kolonisatie – een geschiedenis waarvan de gevolgen en verantwoordelijkheden nog altijd ongelijk verdeeld zijn.
Historische verslagen van de Witte Leeuw vermelden in de lading 1.311 diamanten – briljante concentraties koolstof die zich moeiteloos laten omzetten in geld. Ze zijn nooit teruggevonden; vermoedelijk worden de diamanten nog altijd vastgehouden door de oceaan, een plek waar aan de natuur onttrokken rijkdom, geweld en herinnering samenkomen – maar ook een bron van leven, adem en verbondenheid.
Automatic Underwater Vehicle‑zeebodemkartering bij de Puy des Folles‑zeemount in de Midden-Atlantische Rug, uitgevoerd door hoofdonderzoeker David Butterfield met het Schmidt Ocean Institute, de United States National Oceanic and Atmospheric Administration Research, en andere partners (2023)
Bio
Caitlin Berrigan (US‑settler; verbonden met Berlijn, New York en Wenen) is een beeldend kunstenaar, filmmaker en schrijver. In haar werk onderzoekt ze poëtica en queer sciencefiction via bewegend beeld, sculpturale instrumenten en nieuwe mediavormen. Haar onderzoek richt zich op de relaties tussen geologie, de klimaatcrisis, datakapitalisme en niet‑menselijke intimiteiten.
Berrigan exposeerde onder meer in het Whitney Museum, New York; Art in General, New York en Haus der Kunst, München. Haar teksten zijn gepubliceerd door e‑flux en Duke University Press. Ze behaalde een PhD aan de Akademie der bildenden Künste in Wenen.
In samenwerking met Stichting Landfall: Petros Mousios, Joakim Derlow, Francisca Snel, Katia Krupennikova, Yvonne Dubbers, Edward Clydesdale Thomson
Externe producenten: BerkelaarMRT, RFX Propmaking
home/host
bewegend mechanisch beeld
Materialen siliconen, roestvrij staal, rubber, kabel, kunststof skelet. Computer‑aangestuurd hydraulisch systeem.
Locatie voorplein
De installatie ‘home/host’ onderzoekt wat woorden als thuis, gastvrijheid en uitsluiting betekenen en hoe mensen en ‘niet-mensen’ samenleven binnen die systemen. Het werk is gebaseerd op onderzoek naar de infrastructuur van het paleis en het terrein. Een algoritme verwerkt meetgegevens van verschillende afdelingen van Paleis Het Loo. Wat het paleis ‘ziet’, ‘hoort’, ‘ruikt’ en ‘voelt’ zet het algoritme om in bewegingen. Zo laat de sculptuur zien dat waarnemingen en beslissingen nooit neutraal zijn, maar gevormd worden door grenzen, voorkeuren en machtsverhoudingen. ‘home/host’ nodigt bezoekers uit het paleis en terrein te zien als één levend lichaam, dat reageert op prikkels en daardoor voortdurend verandert. Een symbiotisch systeem waarin architectuur, natuur, mensen en macht nauw met elkaar verbonden zijn.
Na de recente grootschalige renovatie wordt Paleis Het Loo beheerd via een netwerk van klimaatsensoren en systemen voor beveiliging, branddetectie, luchtkwaliteitsmonitoring en gebouwbeheer. Deze systemen lezen continu de omgevingscondities uit en voeren aanpassingen door. Ze openen ventilatieroosters, reguleren de temperatuur of activeren waarschuwingen. Dit alles vaak zonder dat mensen het merken. Door het zenuwstelsel van de instelling in kaart te brengen, onderzoekt ‘home/host’ wat het betekent dat een gebouw zelfstandig waarnemingen doet, en wiens comfort, veiligheid of aanwezigheid die waarnemingen uiteindelijk dienen.
Een cruciaal onderdeel van het onderzoek was het samenwerkingsproces met de technische dienst van het museum en het externe bedrijf dat de klimaat- en gebouwbeheersystemen van het paleis onderhoudt. Dit proces weerspiegelt het bredere onderzoek van Clydesdale Thomson naar de wijze waarop digitale infrastructuren, die steeds onzichtbaarder worden, omgevingen vormgeven buiten het bereik van menselijke waarneming.
De sculptuur is acht meter lang en beweegt door computergestuurde aandrijfmodules en een hydraulisch systeem onder een siliconenhuid. De vorm is opzettelijk meerduidig – wormachtig of parasitair – maar het oppervlak is duidelijk niet‑organisch. Door geometrische ribbels, tandwielachtige patronen, kanaalvormige- en poliepachtige uitsteeksels lijkt de sculptuur eerder geconstrueerd dan gegroeid: meer infrastructuur dan organisme.
Door de waarnemingslogica van het gebouw onder te brengen in dit vreemde, technische lichaam beschouwt het werk deze dynamiek niet slechts van een afstand, maar functioneert het daadwerkelijk binnen dat systeem. Zo legt het de kloof bloot tussen het systeem dat een ruimte vormgeeft en wat de mensen die zich daarin bevinden hiervan kunnen waarnemen.
Bio
De Schots-Nederlandse kunstenaar Edward Clydesdale Thomson onderzoekt in zijn werk tijd, materiële cultuur en door mensen gevormde landschappen. Zijn installaties, performances en sculpturen gaan in dialoog met historische collecties en processen die vaak over het hoofd worden gezien. Hij gebruikt het verleden om alternatieve toekomsten vorm te geven. Thomson exposeerde in het Groninger Museum, het Dordrechts Museum, Museum Boijmans Van Beuningen en het Irish Museum of Modern Art. Recente groepstentoonstellingen zijn onder andere “Good Mom/Bad Mom” in het Centraal Museum, “CALM BEFORE THE STORM” in Radius en “Where Shall We Plant the Placenta?” in A Tale of A Tub. Hij was artist‑in‑residence aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam (2011–12).
Constructie door Felix Bell
Unboxing the Sovereign Gaze
Perspectief box
Locatie paleisdak
Materialen mixed media, hout
Perspectiefboxen vormen een unieke categorie kunstwerken, een speels resultaat van de artistieke en wetenschappelijke experimenten die de Nederlandse Republiek in de 17e eeuw kenmerkten. In die tijd probeerden schilders, architecten, wiskundigen en filosofen te doorgronden hoe perspectief werkt. Zo verkenden ze manieren om zich tot ruimte te verhouden, die ze ook relevant achtten voor hun machtige opdrachtgevers: heersers, die aanspraak wilden maken op de soevereine heerschappij over een gebied.
Tuinontwerpers en ingenieurs zoals Vredeman de Vries en Salomon de Caus wilden met hun ontwerpen graag demonstreren hoe perspectief werkt. Ze creëerden landschappen met heldere zichtlijnen voor personen in een vaste, bevoorrechte positie: een machtige blik, die de werkelijkheid vervormde voor alle anderen, met vreemde vormen of ‘anamorfoses’ als resultaat.
Is Paleis Het Loo – met zijn uitzicht op de symmetrische, ordelijk aangelegde cartesiaanse tuin – zelf een perspectiefbox? Een instrument om een soevereine ruimte te creëren, bedoeld om vanaf één enkel gezichtspunt te worden bekeken en bestuurd? Hoe kunnen we de black box van deze manier van kijken openen, de werking ervan blootleggen en zoeken naar andere manieren?
Wanneer we kijken naar de werking van Albrecht Dürers ‘perspectiefmachine’, lijken we verstrikt te raken in een gewelddadige manier om ruimte en alles wat zich daarin bevindt te beheersen: natuur, dieren en mensen. Tegelijkertijd roept dit apparaat het gevoel op dat wij zelf tot object worden gemaakt. Kunnen we ontsnappen aan deze manier van ordenen, domineren en controleren? Kunnen we de scheiding tussen subject en object, tussen mens en natuur, tussen het zelf en de ander ongedaan maken? Een scheiding die besloten ligt in het perspectief dat dit landschap normaliseert?
Door opnieuw te kijken naar de eeuwenlange geschiedenis van het verbeelden, beheersen en disciplineren van ruimte, wil deze box laten zien hoe bepaalde, ogenschijnlijk logische manieren van landschappen bekijken tot instrumenten van macht zijn geworden. Tegelijkertijd kan de perspectiefbox ons bewust maken van de aanwezigheid van andere perspectieven, van onderworpen wezens die naar ons terugkijken. Of ons zelfs uitnodigen ons gevoel van een geïsoleerd zelf – gescheiden van onze omgeving en anderen – los te laten. Om in plaats daarvan ons met al onze zintuigen onder te dompelen in onze relaties met landschappen en organismen, zonder ze te projecteren op een plat vlak, zonder naar de natuur te kijken alsof het een uitzicht door een raam is.
Bio’s
Clemens Driessen is filosoof en cultuur geograaf aan Wageningen University. Hij onderzoekt relaties tussen mensen, dieren, natuur en voedsel. Hij werkte onder andere aan melkrobots, videogames voor varkens, kweekvlees en maakte ontwerpen met bevers. In 2020 maakte hij een animatie over de geschiedenis van de cartesiaanse ruimte in relatie tot Paleis Honselersdijk, kassen in het Westland en agrarische toekomsten voor de tentoonstelling Countryside, The Future in het Guggenheim Museum New York. Samen met Henriëtte Waal publiceerde hij Water Works: Ecosocial Design (Valiz, 2025).
Teodora Cecilia Buccilli is onderzoeker met een achtergrond in architectuur. Ze studeerde af aan de IUAV University of Venice met een scriptie over beschrijvende geometrie, gericht op representatiemiddelen in de 17e‑eeuwse Nederlandse kunst. Ze werkte bij MVRDV, Neutelings Riedijk Architects en Inside Outside van Petra Blaisse, aan projecten op uiteenlopende schaalniveaus. Momenteel is ze promovendus Architectonische Compositie aan de IUAV. Ze onderzoekt de relaties tussen representatie, ontwerpprocessen en de Nederlandse woonruimte in de 17e eeuw.
Gebruikte illustraties:
Jan Vredeman de Vries, Perspective, plate 28, 1604, Online collection Royal Institute of British Architects, London.
https://www.lapisarchive.org/object/perspective-part-i-plate-28/jan-vredeman-de-vries/
Albrecht Dürer, Draughtsman Making a Perspective Drawing of a Reclining Woman, ca. 1525 – 1528, Online collection The Metropolitan Museum of Art, New York.
https://www.metmuseum.org/art/collection/search/366555
Cornelis Visser after Gerard van Honthorst, Amalia van Solms (detail), 1649, Online collection Rijksmuseum, Amsterdam.
Rembrandt van Rijn, Olifant met drie figuren (de olifant Hansken)’ (details), ca. 1637-1638, Online collection British Museum, London.
Tables of Power
Suiker- en keramische sculpturen, video 4 min
Materialen suiker, siliconen mallen, papier-maché, keramiek, hout
Locaties nieuwe eetzaal, kapel
Geïnspireerd door de imposante suikersculpturen die ooit het middelpunt vormden van koninklijke dinertafels, verandert ‘Tables of Power’ de eettafel in een toneel voor een kwetsbare miniatuurwereld. In omheinde compartimenten staan kleine wilde en tamme dieren van suiker. Sommige verwijzen naar de ‘echte’ dieren die in het paleis op schiderijen en in interieurs te zien zijn. De figuren zijn zorgvuldig gerangschikt, alsof ze deel uitmaken van een strategisch spel: het lijkt speels, maar is gedreven door de logica van macht, oorlog en bestuur. Surrealistische wachttorens, als zwevende UFO-achtige objecten, hangen als waarnemers boven het tafereel.
De sculpturen – gemaakt van suiker, keramiek, hout en papier-maché – tonen onder meer neushoorns, olifanten, giraffen en pinguïns. Suiker fungeert hier niet alleen als materiaal, maar ook als beladen symbool dat herinnert aan de gewelddadige geschiedenis van de suikerhandel, koloniale uitbuiting en slavernij. Zo wordt de tafel een miniatuur wereld waarin vragen over autoriteit, bezit en kennis zichtbaar worden en becommentarieerd.
Een zwart-witvideo, gepresenteerd in de kapel, brengt de installatie tot leven. Een groep performers cirkelt om de tafel en verplaatst langzaam de figuren, terwijl zij via rituele gebaren over territorium lijken te onderhandelen. Sommigen grommen zacht, anderen fixeren hun tegenstanders met een intense blik, en weer anderen blijven roerloos staan, starend in de ruimte. Hun bewegingen suggereren uitwisseling en strategie, balancerend tussen spel en confrontatie. Het werk laat zien hoe verbeelding en geschiedenis samenkomen in de menselijke neiging om de natuurlijke wereld te ordenen, zich toe te eigenen en te beheersen.
Bio
Bryony Dunne is een Ierse beeldend kunstenaar die werkt met film, fotografie, sculptuur en ecologie. Ze onderzoekt machtsverhoudingen tussen mens en natuur en verweeft feitelijke verhalen met speculatieve toekomstscenario’s. Haar werk werd getoond in onder meer The Mosaic Rooms in Londen, de EVA Biennale in Limerick, DEPO in Istanbul, Townhouse Gallery in Caïro en EMST in Athene. Ook werd het gepresenteerd op festivals zoals het Thessaloniki Documentary Festival, Clermont-Ferrand en Rencontres Internationales Paris/Berlin. Bryony was eerder resident aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht en het EKWC in Oisterwijk.
Salt of interest
Keramische installatie
Locatie Keukenkeldertje
Materialen historische Nederlandse aardewerk tegels, waarvan enkele met hedendaags transfersheet‑glazuur, Wedi-platen, metalen rekken, zoutkristallen.
In haar werk richt Guenther zich op de restauratie en conservering van Paleis Het Loo. Ze verbindt deze processen met mondiale klimaatverandering, zowel als materieel verschijnsel als in metaforische zin. Het project is geïnspireerd op de keramiekcollectie van het paleis en de gelaagde geschiedenis daarvan. Guenther onderzoekt de historische betekenis van keramiek in relatie tot de aanhoudende impact van zoutverwering op de betegelde historische kelder, die op termijn aanzienlijke slijtage en schade veroorzaakt.
Het werk is opgesteld in en bij het betegelde keukenkeldertje, de ruimte waar koningin Mary II zich graag terugtrok. Sinds de jaren 80 wordt er gerestaureerd, met wisselende resultaten. Bij de laatste restauratie in 2021 werd een dikke laag zoutkristallen verwijderd. Tijdens de tentoonstelling laat Guenther opnieuw zoutkristallen groeien op aardewerken tegels. Deze ‘witjes’ zijn vergelijkbaar met de oorspronkelijke keldertegels. De witjes zijn geproduceerd door ‘Regts – Delft Tiles’, een bedrijf dat is gespecialiseerd in het hergebruiken van antieke tegels en het handmatig vervaardigen van replica's. Guenthers onderzoek richtte zich ook op gedetailleerde documentatie van de kelderrestauratie uit 2016.
Gemonteerd op wedi-platen – waterdichte, geïsoleerde panelen die in de bouw worden gebruikt – verwijzen de tegelpatronen naar de delen van de wandbekleding die in 2016 zijn verwijderd uit voorzorg tegen vallende tegels. Zo reproduceert de installatie de ontbrekende patronen en geeft zij materiële vorm aan de sporen van restauratie. Een ander deel van de installatie wordt buiten de kelder getoond, op metalen schappen, zodat bezoekers het proces van zoutkristallisatie in real time kunnen volgen. Diagrammen in overglazuur (een extra glazuurlaag), citaten en illustraties op de tegels vertalen wetenschappelijke rapporten over zoutverwering in visuele motieven, die tijdens de tentoonstelling mee vervormen met de groei van de zoutkristallen.
De groeiende kristalformaties wekken de indruk dat de tegels niet alleen aan het verweren zijn, maar ook onderdeel worden van een visueel verhaal, waarin een geprivilegieerde schuilplaats geleidelijk door de aarde wordt teruggenomen. In een tijdperk van ecologische instabiliteit daagt het kunstwerk hiermee de menselijke pogingen om geschiedenis te bewaren en stabiliseren uit.
De kunstenaar wil graag Durk Regts, Michiel Overhoff en Kate van Lookeren Campagne bedanken, voor de waardevolle input die zij hebben geleverd voor haar onderzoek.
Bio
De Oost-Duits-Nederlandse kunstenaar Antye Guenther verkent in haar keramische praktijk alternatieve toekomstscenario’s voor politiek en ecologie. Ze doet dit vanuit een posthumanistische, feministische benadering. Guenther exposeerde in diverse Europese musea zoals de Pinakothek der Moderne in München, Bureau Europa in Maastricht, Fotomuseum Winterthur, A Tale of a Tub, Rotterdam, Centre Pompidou in Brussel, Kunstverein Leipzig en Science Gallery Rotterdam. Ze was als onderzoeker verbonden aan a.pass in Brussel en de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Sinds 2021 is ze promovendus binnen het ARTS, MERIAN-programma in Maastricht.
Sound design: Genesis Victoria
Cinematografie: Echo Wichera
Setassistent: SOFY
Foreign Beasts And Other Rarities
Audiotour, video-installatie
Locaties Paleis Het Loo-app, balie audiotour in de museumvestibule, Bentinckkamer
Terike Haapoja presenteert een alternatief verhaal van Paleis Het Loo, dat afstand neemt van de focus op individuele biografieën en onderlinge relaties. Als tegenwicht voor de traditionele verhaallijn van het museum onderzoekt dit tweedelige project hoe verschillende levensvormen in de 17e en 18e eeuw tot handelswaar werden gemaakt door de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) en de WIC (West-Indische Compagnie). Niet-menselijke dieren speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van het handelskapitalisme – als diplomatieke geschenken, huisdieren, roofdieren en vee. De exploitatie van dieren en andere soorten binnen koloniale praktijken en de trans-Atlantische slavenhandel, mogelijk gemaakt door de VOC en WIC, leidden bovendien tot ecologische vernietiging en droegen bij aan het uitsterven van verschillende soorten. Sommige hiervan keren op Paleis Het Loo terug als trofeeën, kapstokken, prullenbakken en andere objecten. Dit proces speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van het geglobaliseerde kapitalisme, omdat de VOC de eerste moderne multinational er wereld was.
De meeslepende audiotour, ontwikkeld met Genesis Victoria, leidt bezoekers door de geschiedenis van de industriële olifantenvangst op Ceylon, de ivoorhandel aan de Zuid-Afrikaanse Kaap, de Noord-Europese walvisvaart en die van een eenzame orang-oetan in Apeldoorn. De tour volgt ook de introductie van ratten en konijnen op Mauritius, het uitsterven van de dodo, de bedreiging die paalwormen vormden voor koloniale schepen en de exploitatie van zijderupsen, olifanten en katten binnen de groeiende maritieme handelsnetwerken. In Europa kreeg dit verkeer tussen soorten gestalte in statussymbolen, menagerieën en dierentuinen, die uiteindelijk de basis legden voor de moderne wetenschap.
Een video-installatie biedt een vervreemdende blik op het paleis en verkent het als een omgeving waarin objecten uit de collectie de veelsoortige geschiedenis van het kolonialisme blootleggen. Gefilmd in het donker, met slechts een zaklamp als lichtbron, treden de objecten naar voren als hoofdrolspelers in het verhaal. Door te focussen op representaties en trofeeën in de collectie van Paleis Het Loo laat de video zien hoe koloniale machten zichzelf wilden laten zien.
In een begeleidend essay wordt dit verhaal van kolonialisme naast 17e- en 18e-eeuwse taxonomische schilderijen uit de Amsterdamse Universiteitscollectie Iconographia Zoologica geplaatst. Hiermee wordt een verband gesuggereerd tussen de ontwikkeling van het wetenschappelijke wereldbeeld en de vermarkting van leven tijdens de opkomst van de koloniale-kapitalistische wereldorde.
Lees hier meer informatie over de audiotour (alleen in het Engels).
Bio
Terike Haapoja is een interdisciplinair beeldend kunstenaar gevestigd in Berlijn. Haar grootschalige installaties, teksten en samenwerkingen onderzoeken mogelijkheden voor vreedzame vormen van samenleven, met nadruk op de politieke gelijkwaardigheid van soorten. Geïnspireerd door ecologische denkwijzen, critical animal studies, posthumanisme en intersectionele feministische en postkoloniale theorie, legt haar werk de structuren van uitsluiting bloot die geworteld zijn in het westerse humanisme. Haapoja vertegenwoordigde Finland op de 55ste Biënnale van Venetië en ontving talrijke onderscheidingen, waaronder een Guggenheim Fellowship (2022).
Animatie en 3D modeling door Troy Vasant, programmering door Karthik.K, paardencoach Daphne Koenders
Searching for Lost Seeds
Materialen Virtuele beelden, textielobjecten en video-installatie
Video Slow Down Falling Sky, 15 min
Vier video loops met digitale objecten, 1 min
Locaties stallenplein, bedkamer van koningin Mary, 17e‑eeuwse benedentuin, dierenbegraafplaats, schietbaan, Willems tempel
Dit werk onderzoekt de materiële aspecten van kolonialisme in de collectie van Paleis Het Loo en het westerse concept van ‘ongereptheid’. Door digitale en fysieke elementen verspreid over het terrein met elkaar te verbinden, activeert de installatie GPS‑gevoelige virtuele objecten – toegankelijk via QR‑codes – die samen een niet‑lineair verhaal vertellen over zowel historische als verzonnen figuren, soorten en gebeurtenissen uit de Nederlandse koninklijke geschiedenis. Verspreid over de stallen, het paleis, de tuinen en het paleispark, creëert de installatie fysieke ontmoetingen die blootleggen hoe natuur is gecreëerd voor vermaak en machtsvertoon.
In haar onderzoek graaft Kodikal verhalen op uit koloniale archieven waarmee ze vormgeeft aan de virtuele objecten en de verhalen die deze vertellen. Het ontwerp verwijst naar de paleiscollectie: schilderijen van koninklijke huisdieren, de mythische fantasiedieren in vorstelijke heraldiek, de wijze van jagen op herten in Nederland en een 17e‑eeuwse botanische collectie met koloniale tropische planten. De verhalen zijn verzameld via interviews en onderzoeksdocumentatie van het curatorenteam van Paleis Het Loo.
Met Augmented Reality als middel plaatst de kunstenaar de objecten ‘in het wild’, waarbij vormen verschijnen en weer verdwijnen en zo een spookachtige echo van het archief oproepen. Bezoekers volgen een speelse zoektocht door het bos en de tuinen om de objecten op te sporen.
Een video‑installatie in de stallen biedt een ander perspectief op relaties tussen soorten. De installatie onderzoekt de helende kracht van het paard als bemiddelaar binnen de menselijke psychologie. De video ‘Slow Down Falling Sky’ documenteert een paardencoachsessie met Daphne Koenders, die Kodikal ontmoette tijdens de Covid‑pandemie en met wie ze haar interesse in de psyche en contactzones tussen mens en dier deelt. Het werk verkent relaties tussen mensen en niet‑ voorbij de kapitalistische logica van meester en slaaf, die een stempel drukt op de huidige ecologische en spirituele crisis.
Naast de video‑installatie zijn vier korte video’s te zien met voorproefjes van de digitale objecten die verspreid over het paleisterrein te vinden zijn.
Bio
De Indiaas-Nederlandse kunstenaar Gayatri Kodikal onderzoekt geschiedenis, verhalen en de ecologisch‑spirituele crisis in de wereld en vertaalt deze in installaties en performances. Voor ‘State of Wander’ bestudeerde ze conserverings- en koloniale geschiedenissen. Zo ontdekte ze in het levende archief van Paleis Het Loo nieuwe verhalen. Ze ontving de Fellowship for Situated Practice van bak, Utrecht, en was verbonden aan de Cité Internationale des Arts in Parijs en het Europees Keramisch Werkcentrum. Haar werk was te zien in Europa en India.
Boekontwerp door Cleo Tsw
Diana
Parfums, boek
Materialen kalksteen, beton, hout, geur
Locaties ontvangkamer prins Bernhard, grand foyer, museumshop
Maruyama’s werk richt zich op Diana, de Romeinse godin van de jacht, beschermster van bossen en dieren, en symbolische beschermster van Paleis Het Loo, dat oorspronkelijk als jachthuis werd gebouwd. Om Diana’s herstellende kracht terug te brengen in het paleis, creëerde de kunstenaar twee parfums. De keuze voor geur als materiaal voor een kunstwerk is bewust: geur is vluchtig, ongrijpbaar en onzichtbaar – net als de godin zelf.
‘Diana’, in de Grand Foyer, is de verbeelde geur van de jachtgodin zelf: een harmonieuze compositie met vluchtige viooltjesnoten, ruim ozon en een vleugje rook. Iononen – een moleculaire familie en hoofdbestanddeel van synthetische viooltjesgeuren – spelen hierin een bijzondere rol, omdat ze verstoppertje spelen met de neus. Slechts enkele seconden na het ruiken ervan worden de meeste mensen anosmisch: tijdelijk niet in staat om juist déze geur waar te nemen. Minuten later keert de geur soms ineens terug. Het parfum ‘Diana’ is, net als de godin, aanwezig en afwezig tegelijk – en altijd ongrijpbaar. Hoewel haar beeld en symbolische verschijning op meer dan dertien plekken in Paleis Het Loo zijn terug te vinden, staat haar daadwerkelijke aanwezigheid ter discussie.
‘Common Origin’, de contrasterende geur in de kamer van prins Bernhard met zijn jachttrofeeën, is een zware, tabaksdoordrenkte mix met een subtiele toets van iets ‘bedorvens’, als suggestie van uit balans geraakte jachtpraktijken. Nu de terugkeer van de wolf op de Veluwe hevige discussies losmaakt, blijft de jacht, tastbaar aanwezig in de collectie van het paleis, een levendig gespreksonderwerp in Nederland.
Beide geuren doorbreken de dominantie van het audiovisuele door juist een toegankelijker zintuig aan te spreken: de reuk – even belangrijk voor de jager als voor degene die wordt opgejaagd. Een speciale kunstenaarseditie van het parfum ‘Diana’ is samen met een begeleidend boek te koop in de museumwinkel, zodat bezoekers een herinnering aan Paleis Het Loo mee naar huis kunnen nemen. Het boek speculeert over de betekenis en rol die de godin vandaag de dag kan hebben in ons leven en onze verbeelding, en over haar mogelijk herstellende kracht.
Bio
Marianna Maruyama is een kunstenaar en schrijver uit Den Haag. Ze werkt met poëzie, performance en sculptuur, en onderzoekt vertaling, transformatie en emotionele verbondenheid in intieme, droomachtige vormen. Haar werk was te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam, documenta 14 Parliament of Bodies in Kassel, Manifesta 11 in Zürich, Rewire Festival in Den Haag en CAC in Vilnius. In 2020–‘21 was zij artist in residence bij het Koninklijk Nederlands Instituut in Rome. In 2025 startte ze Tufa Editions, een uitgeefproject gericht op drukwerk, geluidswerken en geurpublicaties.
Componist en geluidskunstenaar: Mauricio Valdés San Emeterio
Videograaf: Til Davin Schulz
Biophony of Het Loo
Live-uitzending installatie
Locaties schelpengrot en tuinen
Materialen live audiotransmissie, microfoons, sensoren, glazen resonatoren, installatie met live uitzending, video
De langdurige relatie van Paleis Het Loo met de natuur weerspiegelt historische systemen van hiërarchie en controle over natuurlijke elementen en meer-dan-menselijk leven. Zoals veel musea heeft het paleis ‘natuur’ vooral bewaard in de vorm van levenloze objecten, zoals opgezette dieren. Het werk van Schulz doorbreekt die traditie door juist de vitaliteit van levende ecosystemen centraal te stellen en een andere manier van ontmoeten voor te stellen. ‘Biophony of Het Loo’ verandert de schelpengrot – met oorspronkelijk een volière voor vogels in gevangenschap – in een ruimte waar de natuurlijke omgeving van het paleis resoneert. Via een meetstation en een netwerk van sensoren verspreid door de tuinen zendt de installatie een live stream van het omliggende terrein naar de schelpengrot. Vogels, wind en regen komen zo deze voormalige rustruimte binnen. Het geluid krijgt een dynamische, levende aanwezigheid. Het beweegt zich door de schelpengrot die fungeert als onderdeel van een ruimtelijke, meerkanaals geluidsinstallatie.
Het werk komt voort uit Schulz’ onderzoek naar het menselijke sensorisch vermogen en de technologische uitbreidingen daarvan. Al eeuwenlang vergroten mensen hun eigen waarnemingsvermogen via hulpmiddelen om veranderingen in de omgeving te voelen, begrijpen en interpreteren. Tegenwoordig maken milieumeetsystemen in bossen, oceanen en de atmosfeer het mogelijk planetaire processen over grote afstanden niet alleen te meten, maar ook steeds meer te ‘ervaren’. Tegelijkertijd sturen en filteren deze systemen onze verhouding tot de wereld die zij zichtbaar maken.
Centraal in de installatie staat een akoestisch regenmonitoringsstation dat is ontworpen als een grootschalige resonator. Microfoons en glaselementen vangen de akoestische afdrukken van regendruppels op, waardoor de intensiteit en duur van regenval via geluid kunnen worden bestudeerd. Tegelijk ontvouwen deze signalen zich tot veranderende klanklandschappen. Regen wordt zo zowel data als aanwezigheid – een atmosferische gebeurtenis die in realtime gehoord en beleefd kan worden.
Bio
Jan Christian Schulz is een Duitse ontwerper en interdisciplinair onderzoeker wiens praktijk, Fernerleben (“remote experiencing”), milieugegevens in realtime vertaalt naar multisensorische ervaringen. In plaats van informatie statisch en visueel te presenteren, maakt hij ecologische verschijnselen voelbaar via geluid en fysieke resonantie, waardoor intuïtieve en emotionele verbindingen met verre omgevingen ontstaan.
Onlangs presenteerde Schulz zijn werk op Festival IZIS in Izola, Bratislava Design Week, Ornamenta – Water hadde dudde da in Pforzheim, de Madrid Design Biënnale, en bij V2_ Lab for the Unstable Media & PiNA – Kulturno Izobraževalno Društvo als onderdeel van de Summer Sessions voor kunst en technologie.
W
Beeldende constructie
Locatie boventuin
Materialen hout (gerecycled en tweedehands), gekleurd glas, planten, staal
Voerman speelt met tegenstellingen. Zijn bouwsel is gemaakt van gerecyclede en tweedehands materialen en verwijst naar alternatieve manieren van leven. Tegelijkertijd herinnert het aan eenvoudige woningen als de plaggenhut, waarin vroeger de armste mensen woonden. Tegenover de grootsheid van het paleis laat het paviljoen zien dat er nog steeds verschillen bestaan waar het gaat om toegang tot land, woonruimte en natuurlijke hulpbronnen. Centraal staat koningin Wilhelmina. Ze wordt vaak gezien als natuurliefhebber. Toch gingen voor haar orde, netheid en het tonen van koninklijke rijkdom vaak boven zorg voor het milieu. Dit ondanks het feit dat ze de oprichting van een van de eerste beschermde oerbossen in Nederland steunde. Het werk maakt de spanning van die ambivalente houding zichtbaar.
Het W‑paviljoen roept Wilhelmina’s studeerkamer op, zoals die in het museum wordt getoond, maar nu overwoekerd door natuur. Een bureau en stoelen zijn deels begroeid met mos en planten, twee replica’s van schilderijen hangen aan de muur en een kroonluchter erboven is door vegetatie omhuld. Levende planten en hout dat aan het vergaan is transformeren de ruimte tot een bosachtig interieur. Ontwikkeld in samenwerking met insectenspecialisten functioneert het paviljoen als een klein ecosysteem, dat insectenleven ondersteunt en de geur van aarde en groen draagt. De kern is dat de kunstenaar Wilhelmina’s perspectief omkeert: waar zij gewend was de wereld vanuit het paleis te overzien, wordt haar blik nu verplaatst naar een bescheiden onderkomen dat juist terugkijkt naar het paleis.
De gelaagde, ‘losse’ vorm van het paviljoen en de weelderige beplanting contrasteren met de strakke baroktuin. Zo wordt duidelijk dat vorsten in een paleistuin de natuur niet neutraal presenteren, maar gebruiken om politieke en botanische rangorde zichtbaar te maken.
Het werk draagt ook een persoonlijke toets. Opgegroeid in het door mensen ontworpen Nederlandse landschap, waar bijna elke vierkante meter is vormgegeven, werd Voerman zich bewust van de afwezigheid van ongereguleerde ruimte. Als kind maakte hij van zijn kamer een toevluchtsoord voor planten. Op vergelijkbare wijze fungeert de hut als een schuilplaats voor vormen van natuur die zich verzetten tegen strikte controle. De installatie brengt historische reflectie, ecologische kritiek en persoonlijke herinnering samen in een dialoog met de architectuur en autoriteit van het paleis.
Rob Voerman spreekt zijn dank uit aan Han Savelkoel, Bart Heijne, IVN Arnhem en boswachter Nina Kreisler.
Bio
De in Arnhem werkende kunstenaar Rob Voerman maakt grootschalige installaties en bouwsels in stedelijke en natuurlijke omgevingen. Hij combineert futuristische architectuur met thema’s als verwoesting en lokale bouwtradities. Voermans werk bevindt zich in belangrijke particuliere en museale collecties, waaronder het MoMA in New York, het Hammer Museum in Los Angeles, het Stedelijk Museum Amsterdam, Deutsche Bank en de Generali Foundation. Solotentoonstellingen van zijn werk vonden plaats in onder andere het Museum der Moderne inSalzburg, het Cobra Museum in Amstelveen, Cave-Ayumi Gallery, Tokio, PRJCTLA en het Hammer Museum in Los Angeles, MoCA, Xi’an en het Ningbo Art Museum in China.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
- E-mailadres is verplicht.