Sla navigatie over

Stemrecht

Het ontstaan van stemrecht

Het stemrecht in Nederland is behoorlijk veranderd in de afgelopen 200 jaar. In 1815 komen de Eerste en Tweede Kamer tot stand. Tot 1848 stemmen mensen indirect wie er in de Eerste en Tweede kamer komen. Een beperkt aantal burgers kiest de leden van de Provinciale Staten, die op hun beurt de Tweede Kamerleden kiezen. De koning (koning Willem I of koning Willem II) kiest op zijn beurt de leden van de Eerste Kamer.

In 1849 worden er directe verkiezingen ingevoerd. Kiezers kunnen rechtstreeks kiezen wie er in de Tweede kamer komt. Ook de leden van de Eerste Kamer worden via verkiezingen gekozen. Toch zitten er voorwaarden aan het kiesstelsel. Het kiesrecht geldt voor mannen boven de 23 jaar die een bepaald bedrag aan belasting betalen. Dat komt neer op slechts 10% van de mannelijke bevolking in 1850. Geleidelijk wordt het percentage mannen dat mag stemmen meer. In 1917 mogen alle mannen stemmen. Stemrecht voor vrouwen is er dan nog niet.

Algemeen kiesrecht

Vanaf 1897 strijden sociaaldemocraten en links-liberalen voor algemeen kiesrecht, zodat zowel mannen als vrouwen mogen stemmen. Ondanks dat dit nog meer dan 20 jaar duurt, wordt Wilhelmina in 1898 ingehuldigd als eerste vrouwelijke staatshoofd. Pas in 1917 kunnen vrouwen zich verkiesbaar stellen in de Tweede Kamer. Het stemrecht voor vrouwen is dan nog steeds niet ingevoerd. Pas in 1919 ondertekent koningin Wilhelmina de wet die het algemeen kiesrecht invoert en krijgen zowel mannen als vrouwen stemrecht.

Het stemrecht vandaag de dag

Kiesrecht ziet er vandaag de dag anders uit dan in de 20e eeuw. Ondanks dat er vrouwenstemrecht is vanaf 1919, ziet stemmen er in die tijd nog niet helemaal uit zoals nu. Het kiesrecht maakt veranderingen door, die nog tot in 1972 duren. In 1939 geldt stemrecht bijvoorbeeld pas vanaf 25 jaar. Pas in 1972 krijgen alle mannen en vrouwen boven de 18 jaar kiesrecht. Zo is het vandaag de dag nog steeds.

Waarom het koningshuis niet altijd gebruikmaakt van stemrecht

Over één ding waren alle Oranje-vorsten het eens: een staatshoofd moet onafhankelijk zijn. Wilhelmina, Juliana en Beatrix maken geen gebruik van hun kiesrecht als vrouw terwijl zij regeren. Wilhelmina en Juliana doen dit echter wel in hun rol als prinses. Juliana gaat zelfs op 89-jarige leeftijd nog naar de stembus in Baarn. Beatrix maakt hier echter nooit gebruik van, om geruchten over haar politieke voorkeuren in de media te voorkomen. Ook Willem-Alexander en Máxima hebben er voor gekozen om niet te stemmen.

Stemrecht voor vrouwen

​In de tentoonstelling Tegenspel ontdek je hoe Wilhelmina haar rol als vorstin vervult in een tijd waarin vrouwen strijden voor gelijke rechten. Hoe gaat zij om met haar positie in een door mannen gedomineerde wereld? Welke invloed heeft de maatschappelijke discussie over vrouwenkiesrecht op haar koningschap? De tentoonstelling biedt een diepgaand inzicht in Wilhelmina's leiderschap en haar interactie met de veranderende rol van vrouwen in de Nederlandse samenleving.

Meer ontdekken over de maatschappelijke veranderingen tijdens een eeuw vrouwelijk koningschap? Bezoek Tegenspel.