De zorg voor de tuinen van Paleis Het Loo is een eeuwenoude traditie. Met het verstrijken van de tijd, veranderen ook de tuinwerkzaamheden. Toch blijven sommige dingen hetzelfde. De winter vraagt elk jaar om voorbereiding. Om alles veilig te houden van vorst en kou. Zo blijft de tuin behouden voor volgende generaties. Hoe maakt de tuindienst de tuin winterklaar? Hoe deden ze dat vroeger? Dit verhaal gaat over tuintechnieken van vroeger en moderne oplossingen van nu.
Kwetsbare planten naar binnen en buiten
Halverwege mei worden de niet-winterharde planten weer naar buiten gebracht. De IJsheiligen zijn dan voorbij, en de planten kunnen weer veilig naar buiten. Halverwege oktober worden de kwetsbare planten teruggebracht naar de Oranjerie om beschermd te worden tegen de kou.
Een voorbeeld van kwetsbare bomen zijn de sinaasappelbomen. Deze bomen kunnen absoluut niet tegen vorst. Ook laurierbomen verdragen geen strenge winters. En het is belangrijk dat deze bomen goed beschermd worden. Ze zijn een bijzonder onderdeel van de historische tuincollectie van Paleis Het Loo. Sommigen van deze bomen zijn meer dan 300 jaar oud. De oudste sinaasappelboom in de collectie dateert van rond 1700. Deze boom staat in de zomer nog steeds in de tuin. Het beschermen ervan tijdens de winter is daarom belangrijk.
Het transport
Het transport van de planten gebeurt aanvankelijk met draagjukken. Jukken of draagbomen worden met de armen naar beneden door twee mensen gedragen. Zo worden planten vroeger handmatig vervoerd. De bomen waren toen natuurlijk nog een stuk kleiner.
Later worden hiervoor paard en wagen gebruikt. Dit was gebruikelijk tot ver in de 20e eeuw. De sinaasappelbomen worden in die tijd met een antieke wagen (de ‘kuipenkar’) getransporteerd. Dat gebeurt met stevige werkpaarden. Niet met luxe rijpaarden. De paarden staan in verschillende stallen. Ze worden ook gehouden op de boerderij van Paleis Het Loo in het park. Daar is ruimte voor het stallen van de werkpaarden. Ook wordt daar mest verwerkt die daarna weer in de broeibakken gebruikt wordt.
Tegenwoordig gebeurt het transport met moderne middelen zoals tractoren. Door de eeuwen heen blijft het proces van het naar binnen halen van kwetsbare beplanting hetzelfde. De middelen waarmee dit gedaan wordt, veranderen wel.
De Oranjerie: vroeger en nu
De oorspronkelijke Oranjerie bevindt zich aanvankelijk in het paleis. Specifiek in de oostvleugel. Dat is nu nog te zien aan de hoge ramen aan de zuidkant van de oostvleugel. De locatie in het paleis maakt het in die tijd relatief eenvoudig om de planten naar binnen en buiten te verplaatsen. Naarmate de transportmogelijkheden verbeteren, wordt de oranjerie verplaatst. Onder koning Lodewijk Napoleon wordt een nieuwe oranjerie gebouwd. Die staat ten zuiden van het paleis In de vroege 20ste eeuw wordt een nieuwe oranjerie ten noordoosten van het paleis gebouwd, vlak bij de kassen. Deze staat er nu nog.
Klimaatverandering
Met het veranderende klimaat verandert ook de manier waarop planten in de winter beschermd en verzorgd worden. Vijgenbomen langs de muren van de tuin moesten vroeger worden ingepakt met stro en rietmatten tegen de vorst. In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw was dit standaardpraktijk. Tegenwoordig is dat niet meer nodig vanwege de mildere winters.
Fonteinen en waterbeheer
Klimaatverandering beïnvloedt ook het winterklaar maken van de fonteinen. In de jaren 80 en 90 worden de fonteinbodems extra beschermd door tempexplaten. Die worden op maat geplaatst.
Tegenwoordig is deze maatregel niet meer nodig. In de winter worden de fonteinen wel drooggelegd om schade door vorst te voorkomen. De leidingen worden ook zorgvuldig droog geblazen om te voorkomen dat ze bevriezen.
In de tijd van Willem en Mary worden de fonteinen ook voorbereid op de winter. Met behulp van sluisjes en schuiven wordt in de 17e en 18e eeuw het water afgevoerd richting de IJssel. Het watersysteem wordt afgesloten en veiliggesteld. Deze technieken zorgen ervoor dat de fonteinen tot ver in de 18e eeuw kunnen blijven werken. De leidingen lagen zo diep onder de grond dat de in de winter niet bevroren.
Potten
Ook kwetsbare potten moeten worden beschermd tijdens de winter. Zo gaan de Delftse potten vaak al in oktober naar binnen. De terracotta potten kunnen iets meer vorst verdragen. Toch worden ook die opgeborgen als bescherming tegen vorst. Zonder deze voorzorg krijgen ze bijvoorbeeld ook groene aanslag in de winter.
Tuinbeelden
De tuinbeelden worden tegenwoordig ingepakt met een tentdoek. Het tentdoek wordt gespannen over een aluminium frame. Lucht kan er nog wel doorheen komen. Dat is belangrijk. Zo kan het beeld als het nat wordt toch drogen. Kou maakt voor de beelden niet uit, natheid wel. Als het koud én nat is, kan dat schade veroorzaken. De beelden worden goed worden vastgezet om beschadiging door het weer te voorkomen. Vroeger beschermden ze de beelden op dezelfde manier. Er werden houten kisten gebruikt in plaats van tentdoeken. De winters waren toen strenger dan nu. Daarom werden de kisten gevuld met sparrentakken. Een soort isolatielaag. Dat is nu niet meer nodig.
Door de eeuwen heen verandert de winterzorg voor de tuin. Maar veel blijft hetzelfde. Zo ook het doel: het beschermen van de tuin voor toekomstige generaties. In alle seizoenen.