Sla navigatie over

De tweede feministische golf

Het ontstaan van de eerste feministische golf

De eerste en tweede feministische golf bestaan uit een reeks gebeurtenissen die een grote impact hebben op de vrouwenemancipatie in Nederland. De eerste feministische golf begint rond 1870 in een periode waarin vrouwen weinig rechten hebben en voornamelijk verantwoordelijk zijn voor het huishouden en de opvoeding van kinderen. Het is dan ook bijzonder dat Wilhelmina in 1898 als koningin wordt ingehuldigd. Haar regeerperiode wordt gekenmerkt door grote maatschappelijke veranderingen, waaronder de opkomst van het feminisme, socialisme, twee wereldoorlogen en een wereldwijde economische crisis.

Een van de belangrijkste overwinningen van deze periode is de invoering van het vrouwenkiesrecht. Na decennialange strijd krijgen vrouwen in 1919 eindelijk het recht om te stemmen. Dit markeert niet alleen het einde van de eerste feministische golf, maar ook een cruciale stap richting politieke gelijkheid.

Koningin Wilhelmina's dochter, prinses Juliana, speelt een vooruitstrevende rol in deze tijd. Ze ontdoet zich van insnoerende kleding, neemt deel aan sportactiviteiten en knipt haar haar kort. Nog belangrijker: Juliana besluit als eerste prinses te gaan studeren. Ze studeert niet af: de ministers vinden het hebben van een troonopvolger belangrijker dan een academische titel. Alhoewel ze haar diploma niet behaalt, symboliseert haar keuze de veranderende positie van vrouwen in de samenleving.

Veranderingen parallel aan de tweede feministische golf

De Tweede Wereldoorlog brengt ingrijpende veranderingen teweeg in de Nederlandse maatschappij. Naast de verwoestingen en het verlies van mensenlevens, leidt de oorlog tot een herwaardering van maatschappelijke structuren. Studenten- en jongerenbewegingen streven naar meer vrijheid en gelijke rechten. Traditionele organisaties verliezen aan invloed, terwijl kritische pers en nieuwe ideeën opkomen.

Deze ontwikkelingen vormen de opmaat naar de tweede feministische golf, die ongeveer duurt van 1960 tot 1985. Ondanks het behaalde vrouwenkiesrecht in 1919 realiseren feministen zich dat er meer nodig is om daadwerkelijke gelijkheid te bereiken. Er is een groeiend besef dat vrouwen niet alleen politieke rechten moeten hebben, maar ook gelijke kansen op het gebied van onderwijs, werk en persoonlijke vrijheid.

Meer vrijheid om keuzes te maken in de tweede feministische golf

Een belangrijke mijlpaal in deze periode is de introductie van de anticonceptiepil in 1964. Dit geeft vrouwen meer controle over hun eigen lichaam en reproductieve rechten. In 1970 organiseert de actiegroep Dolle Mina acties voor het recht op abortus en gendergelijkheid. Deze groep staat bekend om hun ludieke en opvallende protesten, zoals het dichtbinden van openbare urinoirs met roze linten om aandacht te vragen voor het gebrek aan openbare toiletten voor vrouwen.

Daarnaast worden in 1972 feministische tijdschriften zoals 'Paarse September' en 'Opzij' opgericht. Deze publicaties spelen een cruciale rol in het verspreiden van feministische ideeën en het creëren van een platform voor discussie.

De tweede feministische golf brengt aanzienlijke veranderingen met zich mee. Vrouwen eisen gelijke rechten op het gebied van arbeid, onderwijs en politiek. De roep om economische zelfstandigheid, een eerlijke verdeling van zorgtaken en het beëindigen van geweld tegen vrouwen klinkt steeds luider. Deze periode legt de basis voor veel van de rechten en vrijheden die vrouwen vandaag de dag als vanzelfsprekend beschouwen.

Wil je weten hoe de feministische golven invloed hadden op het koningshuis? Kom naar Tegenspel – de eeuw van vrouwelijk koningschap.