Sla navigatie over
Terug naar verhalen

Bloemen en planten

in de paleistuinen, 6 minuten
Paleis vanuit de tuinen in de zomer

Lang geleden, voordat hashtags als #plantparent en #urbangardening bestonden, waren tuinen al een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Zo ook voor Willem en Mary in de 17e eeuw.

In de zomer staan de tuinen van Paleis Het Loo in bloei. Er staan allerlei bijzondere planten en bloemen. Sommige van wel drie eeuwen oud! Deze zomer sluiten de planten in de paleistuinen aan bij het jaarthema van de Nederlandse Vereniging van Botanische Tuinen: Plant als Passagier. Lees verder voor een uniek inkijkje in de paleistuinen.  

Historische prent koninginnetuin
Prent van de koninginnetuin uitgegeven in 1697
Koninginnetuin beeld Paris en Aphrodite met buxus in symmetrische barok parterres, planten in terracotta bloembakken en een gouden engel
De koninginnetuin in de zomer

Baroktuin

Wie vandaag Paleis Het Loo bezoekt, wandelt niet zomaar door fraai aangelegde tuinen, maar door een levende reconstructie. De barokke tuinen zijn oorspronkelijk aangelegd rond 1686 in opdracht van stadhouder Willem III en prinses Mary II Stuart.

De tuinen zijn bedoeld om te imponeren en van te genieten. Voor bezoekers en voor het koningspaar zelf.

Prins Willem III omringd met bloemen en leeuwen, Museé des Beaux-Arts, Lyon’
Prins Willem III in zijn jeugd, omringd door bloemen en leeuwen, Museé des Beaux-Arts, Lyon

Liefde voor groen

De tuinen zijn het decor voor het vorstelijke leven van Willem en Mary. In de koningstuin speelt de stadhouder samen met zijn gasten een spelletje bowling of kolf, de voorloper van golf. Mary wandelt met haar hofdames in haar koninginnetuin onder de loofgang, zodat ze uit zon blijft.

Het Aurikeltheater

Willem en Mary zijn groot liefhebbers van tuinkunst en verzamelaars van exotische planten. Het is voor hen een vorm van kunst. Als kind raakt Mary al gefascineerd door bloemen. Dat komt waarschijnlijk door haar leermeester Henry Compton, die zelf ook planten verzamelt. Hij heeft haar geleerd om Aurikels te kweken. Deze Aurikels staan ook nu nog van mei t/m augustus in de koninginnetuin opgesteld in een Aurikeltheater.

Ook Willem is weg van tuinkunst. Zo schrijft Willem in 1696 dat de tuinkunst zijn passie is en heeft zijn personeel contact over het aanleveren van verschillende exotische bloemen en planten voor in de tuin. In brieven uit die tijd wordt een uitwisseling van zeldzame zaden beschreven:

“Hiernevens gaen in uytwisselinge een packje van de curieuste saaden.”

—Diplomaat Van Aerssen in 1685, de eerste gouverneur van Suriname
Aurikeltheater met conservator die de plantjes neerzet
Conservator Renske Ek met het Aurikeltheater

Beplanting

Hoewel de precieze beplanting elk jaar wisselt, zijn de tuinen exact zoals in de tijd van Willem en Mary. Op basis van historische kaarten, prenten, lijsten en archeologisch onderzoek worden de tuinen in 1980-1984 gereconstrueerd. Van een landschapstuin met paden, struiken en bomen gaat de tuin terug naar het 17e-eeuwse barokke ontwerp.

Toch betekent dit niet dat alle planten en bloemen pas stammen uit de tijd van de 20e-eeuwse reconstructie. Paleis Het Loo heeft een grote levende collectie aan 17e-eeuwse beplanting en zaden. Een deel daarvan staat in de zomer in de tuin.

Boek met historische tekeningen van bloemen en planten
Boek met historische botanische tekeningen
Bloeiende bloemen in de paleistuin met op de achtergrond de colonnades
Veel van de historische beplanting is nog steeds te zien in de paleistuinen van nu

Planten en bloemen

Lokale bloemen als de pioen, bolderik en tuinanjer zijn al eeuwenlang geliefd in Nederlandse tuinen. Andere planten maken de reis naar de paleistuinen zonder hulp van mensen. Zaden van planten die buiten de muren van de tuinen groeien, kan op veel manieren in de tuinen komen. Sommige zaden verspreiden door de lucht, zoals de zaden van de paardenbloem (Taraxacum officinale) die door de pluisjes in de wind worden meegenomen. Andere zaden worden verspreid door dieren. Die zaden hebben vaak weerhaakjes die in de vacht van langslopende dieren blijft hangen. Deze planten worden in de 17e eeuw door de tuiniers weggehaald. Tegenwoordig werkt een groot team van vrijwilligers in de tuinen van Paleis Het Loo om deze ongewenste plantjes te wieden.  

Exoten

Welke bloemen en planten komen van ver? Tussen de bomen en struiken zie je de kattenstaart. Deze plant komt van nature voor in Zuid-Amerika. Je herkent de Kattenstaart (Amaranthus) aan de hangende lange kleurrijke pluimen.

De Zinnia, met haar heldere kleuren en lange stelen, komt uit Mexico. Ze groeit in droge graslanden, net als de Mexicaanse zonnebloem. Beide soorten vinden hun weg naar Europese siertuinen en maken nu deel uit van het kleurrijke beeld van de baroktuin.

Kattenstaart plant in de tuin naast de zonnebloem
Kattenstaart (Amaranthus)
Roze zinnia bloemen in de paleistuin
De Zinnia

De Blauwe Clematis is een klimplant die oorspronkelijk uit Europa komt, maar in de 19e eeuw wordt hij in Engeland gekruist met soorten uit China en Japan. Zo ontstaat de grootbloemige varianten die we nu kennen. Inmiddels zijn er honderden soorten clematis, elk met een eigen kleur en bloemvorm.

Blauwe clematis bloem in de paleistuin van Paleis Het Loo
Blauwe Clematis

Fruit uit eigen tuin

Paleis Het Loo is in de 17e eeuw een zelfvoorzienende buitenplaats. In die tijd zijn er boomgaarden, sier- en moestuinen. Deze leveren oogst op in de zomer en herfst. Van het geoogste fruit maakt Mary confituren, zoals jam en gekonfijte (gesuikerde) vruchten in haar keukenkeldertje. Dat zijn in die tijd speciale lekkernijen: je hebt er veel suiker voor nodig en dat is een duur koloniaal product.

Willem en Mary laten langs de muren van de konings- en koninginnetuin verschillende fruitsoorten aanplanten. Een bezoeker van Paleis Het Loo schrijft in zijn reisverslag dat tegen de tuinmuren het beste fruit groeit: peren, abrikozen, pruimen, vijgen en meer.

In de zomer zie je ook de kostbare ‘oranjeboompjes’. Deze bittere sinaasappelboompjes worden al in de beginjaren van Paleis Het Loo gekweekt. Het zijn, samen met de citroen, de enige citrusbomen die het koude Nederlandse klimaat van de 17e eeuw overleven. De vruchten ervan kan Mary koken in suikersiroop. Dat maakt de vrucht smakelijk en langer houdbaar.

Het boompje staat symbool voor het Huis Oranje-Nassau. Deze boom draagt namelijk tegelijkertijd bloesem en vruchten, een sterk symbool voor de continuïteit van de Oranje-dynastie. Sommige exemplaren in de koninginnetuin zijn al meer dan 300 jaar oud en worden met specialistische kennis en vakmanschap onderhouden.

Paleis Het Loo - citrusfruit
Citrusbomen (Citrus aurantium)

Koloniaal verleden

Sinds de opening van Paleis Het Loo als museum in 1984 is er veel onderzoek gedaan naar de herkomst van planten. Historici en botanici bestuderen hoe belangrijk de VOC en WIC waren voor de verspreiding van de planten. De tuinen van Paleis Het Loo zijn dus niet alleen mooi, maar ook een levend stukje geschiedenis. Maar deze geschiedenis is niet alleen positief.

De pracht van de tuinen staat niet los van het koloniale verleden. Vanaf de 17e eeuw zijn de Oranjes als stadhouders, koningen en bestuurders nauw betrokken bij de koloniale handel via de VOC en WIC. Ze profiteren persoonlijk van deze systemen van uitbuiting, onderdrukking en slavernij. Zo ontvangt koning-stadhouder Willem III aanzienlijke inkomsten uit de VOC en zijn Willem IV en Willem V actief als opperbewindhebbers van de WIC.

De rijkdom en pracht van Paleis Het Loo zijn daarom waarschijnlijk gekoppeld aan de opbrengsten van koloniale handel. Paleis Het Loo onderzoekt deze verbondenheid actief en belicht in presentaties en collecties de sporen van kolonialisme, zoals objecten met een koloniale herkomst of betekenis. Daar valt ook de collectie bloemen en planten onder. Zo draagt Paleis Het Loo bij aan een bredere bewustwording van deze kant van de geschiedenis.